Soms word je geconfronteerd met zoveel ellende dat je niet meer goed weet wat je ermee moet. Zo ken ik een mooi, intelligent en sterk meisje dat 7 jaar lang het slachtoffer was van een loverboy. Of een sterke en slimme vrouw die jarenlang door haar vriend werd mishandeld. Of wat dacht je van een meisje dat nog thuis woont en waarvan de vader de moeder zodanig terroriseert dat haar broertje in zijn broek plast van angst en zij probeert de hele familie bij elkaar te houden. Een jonge meid van een jaar of 18 die elke dag hoopt dat haar vader haar moeder vermoord, omdat de ellende dan eindelijk voorbij is.
Allemaal mensen die hebben geleerd te overleven. Die hebben geleerd om alleen op zichzelf te rekenen en -ondanks alles wat ze dagelijks meemaken- toch elke dag weer op te staan en het leven te trotseren.
Waar ik me na het horen van al deze ellende echt aan stoor, zijn de verhalen over politie en justitie en andere hulpverleners en alle steken die zij laten vallen.
Het slachtoffer van de loverboy dat eindelijk aangifte doet waarop de politie zegt: dat kunt u beter niet doen. Het is een gevaarlijke jongen. We zouden u graag willen helpen, maar we kunnen niks voor u doen.
Het slachtoffer van een stalker die haar 5 jaar lang het leven zuur maakte en dat bij de politie vraagt om een straatverbod waarop het antwoord is: dat kost teveel tijd. Teveel tijd? Voor wie? Voor de agent? Niet voor het slachtoffer. Die heeft er alles voor over om van de gewelddadige stalker af te zijn.
Maar het kan erger. Het slachtoffer van verkrachting dat niet in haar eigen stad aangifte mag doen maar terug moet naar de plek waar het gebeurd is om vervolgens aangifte te doen op het politiebureau om de hoek bij het huis van de dader. Of de mishandelde vrouw die door de hulpverlener van de dader wordt gebeld met de vraag of ze met hem wil komen praten omdat hij niet zo lekker in z’n vel zit. Moet ik verder gaan? Nog een slachtoffer van verkrachting. Na een gruwelijke ervaring bij de aangifte (kan je je de vernedering voorstellen) hoort ze niks meer, tot ze een standaardbriefje krijgt van het Openbaar Ministerie: niet genoeg bewijs, geen zaak. Dat kan, maar zij voelt zich niet geloofd. De politie, het OM, niemand neemt de moeite om haar even op te bellen en uit te leggen hoe het zit.
Ik hou maar op. Er zijn teveel van dit soort verhalen. De ellende is uiteindelijk nooit te voorkomen. En dan bedoel ik de ellende van de oorspronkelijke misdaad. Maar waar veel ruimte is voor verbetering is de manier waarop er met slachtoffers wordt omgesprongen. Natuurlijk zijn er al zaken verbeterd. In 1995 zijn de wet Terwee en de richtlijn Terwee ingevoerd. De wet Terwee biedt slachtoffers de mogelijkheid om financiële schade te verhalen op de dader. De richtlijn Terwee moest ervoor zorgen dat de informatievoorziening en bejegening van het slachtoffer zou worden verbeterd.
In 2001 werden de wet en de richtlijn geëvalueerd. Uit het onderzoek bleek dat zo’n 80% van de ondervraagde slachtoffers tevreden waren over de politie en maar 53% met het Openbaar ministerie. (Let wel op, de respons van het onderzoek was slecht 19%.)
Heel verassend is die uitkomst niet. Het Openbaar Ministerie houdt zich voornamelijk bezig met de dader. Wij hebben nu eenmaal een systeem waarbij de dader centraal staat en niet het misdrijf. De omslag die Terwee had moeten brengen is zeker voor het OM, dat sowieso minder direct in contact staat met slachtoffers, moeilijker dan voor politie en slachtofferhulp.
Het is jammer – maar begrijpelijk – dat in de evaluatie net huiselijk geweld niet is meegenomen. Juist omdat slachtoffers van huiselijk geweld vaak nog in de geweldssituatie zitten, wilde men hen niet in gevaar brengen met een dergelijke enquête die aanleiding kan geven tot verder geweld.
Zedenzaken en huiselijk geweld zijn in mijn ogen een zeer specifieke categorie. Het gaat dan om (meestal) vrouwen die door de (soms) jarenlange mishandeling zichzelf compleet kwijt zijn geraakt. Geïsoleerd van alles en iedereen. Vrouwen die in veel gevallen nog gevoelens hebben voor de dader. Naar de politie gaan is een bijzonder grote stap. De stap die redding moet brengen. Als het slachtoffer dan na aangifte niet op begrip kan rekenen, is dat des te pijnlijker. Spreekrecht is fijn. Maar de vraag is of jij iets tegen je verkrachter te zeggen zou hebben. Financiële genoegdoening is fijn, maar de vraag is of je een prijs kan zetten op jezelf. Natuurlijk, die zaken moeten blijven en zijn voor veel slachtoffers een verbetering. Maar de echte verbetering zit in de manier waarop tijdens en na de aangifte en tijdens en na het proces met slachtoffers wordt omgegaan.
Een aantal parketten heeft tegenwoordig een slachtofferloket ingericht. Maar deze loketten zijn dus niet overal aanwezig en het is niet duidelijk hoeveel mensen zich daarvoor inspannen en hoe, dat kan het parket in kwestie namelijk zelf bepalen. Dat betekent dat je als slachtoffer zeer afhankelijk bent van toevallige omstandigheden: waar kom je terecht? Dat wordt bepaald door de plaats waar het gebeurt is. Feitelijk dus vooral door de dader. Die willekeur moet verdwijnen.
Zedenzaken en huiselijk geweld hebben een grote en negatieve invloed op mensen en uiteindelijk dus op onze maatschappij. Behalve de dader en het primaire slachtoffer, zijn er vaak kinderen bij betrokken. Het verwerken van dit soort geweld is een langdurige en pijnlijke zaak. Het is in ons aller belang om correct en menselijk met deze slachtoffers om te gaan.
Wat mij betreft is het noodzakelijk dat er landelijk wordt bepaald hoe de slachtofferloketten eruit moeten zien en wat ze op moeten leveren. Dat er geld wordt uitgetrokken om de mensen die deze loketten bemensen de middelen te geven om hun werk goed te doen. Ieder slachtoffer moet een “caseworker” toegewezen krijgen. Deze persoon moet vanaf het moment van aangifte de belangen van het slachtoffer in de gaten houden. Door het slachtoffer op de hoogte te houden van de procedure, uit te leggen wat en waarom en vooral elke keer te vragen: Hoe is het nu? Heeft u hulp nodig?
Nu komt die vraag slechts eenmalig naar voren bij het doen van de aangifte. En let op, er wordt dan niet gevraagd of je hulp nodig hebt, maar of je gebruik wil maken van slachtofferhulp. Wil je dat niet, dan wordt er een kruisje in dat veld van je aangifteformuliergezet en na het tekenen is het net alsof je je recht op hulp hebt verspeeld.
Een caseworker kan uitleggen wat slachtofferhulp precies doet. Veel mensen hebben daar namelijk geen idee van. Slachtofferhulp bestaat uit vrijwilligers die feitelijk alleen maar doorverwijzen naar “echte” hulpinstanties. Niet uit hulpverleners dus.
Daarbij kan het heel goed zijn dat de aangifte op zich voor een slachtoffer al zo belastend is, dat de vraag of zij hulp nodig heeft op dat moment gewoonweg niet aankomt. Zo’n caseworker kan bij andere contactmomenten de vraag herhalen. Juist omdat een caseworker zich alleen bezig hoeft te houden met de belangen van het slachtoffer. Daarmee wordt de kans vergroot dat de juiste hulp op het juiste moment wordt aangeboden.
Een ander belangrijk voordeel van een caseworker is dat een dergelijke inzet het begrip voor ons rechtssysteem vergroot. De laatste jaren geven steeds meer mensen aan ontevreden te zijn met ons rechtssysteem. Een deel van die ontevredenheid stoelt op onbegrip. Natuurlijk is het niet mogelijk om elke individuele zaak aan elke Nederlander uit te leggen. Maar een serieuze poging wagen om het slachtoffer te doen begrijpen wat er gebeurt en waarom, zou standaard een onderdeel van de werkwijze van het OM moeten zijn.
Ellende is vaak niet te voorkomen, een menselijker systeem wel te organiseren. Waarom gebeurt dat nou nog steeds niet?!

Pingback: Wat raakt jouw bij deze verkiezingen? at StemX
Pingback: Used carsalesman sales pitch :) at Xa4a.net