De afgelopen week zat vol met dood. Van een zeer gewaarderde collega stierf de grootmoeder. De dag erna stierf de cameraman van RTL4 die weer een collega was van de partner van een andere zeer gewaardeerde collega. Daarna stierf Percy Irausquin. Geen bekende van mij, maar toch eeuwig zonde. En oh ja, Bernie Mack verliet ons ook. Gelukkig was het allemaal niet heel dichtbij. In die zin dat iedereen waar ik van hou er nog is. Maar het heeft de dood wel weer binnengebracht.
In mijn leven zijn nog niet zoveel mensen heengegaan. Mijn opa aan moeders kant, het zusje van mijn beste vriendin en mijn oma. Maar het was meer dan genoeg om dood een erg onaantrekkelijk vooruitzicht te maken. Ooit was ik gefascineerd door de dood. Als kleine gothic chick (niet een echte met make-up enzo, maar meer een raar kind dat alleen kerkhoven en vampiers tekende) vond ik de dood bijzonder interessant. Niet dat ik zelf nou dood wilde. Maar het hele concept vond ik intrigerend. Totdat er mensen dood begonnen te gaan. Totdat ik op de begrafenis van mijn oma stond en de kist de grond in zag zakken.
De fascinatie was weg en maakte plaats voor iets nieuws. Een soort wanhoop. Het wanhopige idee dat niks er echt toe deed. Want op een dag ga je dood en dan blijft er niks van je over, behalve die zak vlees in die kist. En zelfs die is er maar voor kort. De wanhopige realisatie dat zolang de mens bestaat, mensen zijn gestorven. En dat we van het merendeel van die mensen helemaal niks meer weten. Niet wat ze dachten, niet wat ze droomden. Niet wat ze hoopten, niet wat ze haatten. Weinig. Niks. Ze zijn geboren, hebben geleefd, zijn gestorven en verdwenen. Die keer dat ze zo slim waren, die dag dat ze zo blij waren, dat moment dat ze zo gelukkig waren. Weg.
De fascinatie is weg. De dood is iets lelijks. Het neemt. Mensen leven niet door in herinneringen of in je hart. Want ook jij gaat dood en je kinderen en hun kinderen. En dan ben je verdwenen. Leven met de dood is onmogelijk. Dus denk ik niet meer aan de dood. Of probeer ik in elk geval niet meer aan de dood te denken. De dood vermijden is (vooralsnog) onmogelijk. Maar tot het zover is, mag hij ook niet rondwaren in mijn hoofd. Ik wil leven met het leven.

Pingback: Dood en leven « Xa4a’s Weblog