Fietsen-horror

Fietsen verleer je nooit. Nooit! Ik kan het weten. Ik heb namelijk jaren niet gefietst. En als ik zeg jaren, bedoel ik decennia. En ja…ik kan het nog steeds. Wat je wel verleert is alles wat bij het fietsen hoort. En zo voelde ik me vandaag, met mijn nieuwe fiets, net een asielzoeker die zijn eerste dag in ons koude kikkerlandje doorbrengt.

Mijn eerste fietstocht stelde weinig voor. Van mijn huis naar kantoor is welgeteld vijf minuten trappen. Vijf minuten van doodsangst, bijna-dood-ervaringen en een korte blik op de witte tunnel, met een stem die riep “Don’t go into the light”. Een rood stoplicht waar niemand voor stopte. Auto’s die het specifiek op mij gemunt hadden en voetgangers die niets liever wilden dan door mij aangereden worden.

Maar dat alles leverde bij lange na niet de grootste stress op.

Wilde Westen

Vroegâh zette je je fiets…nou…waar je wilde eigenlijk. Het was een fietsen-wild west en het was mooi. Doe je dat tegenwoordig, dan komen er wat – verder aardige – meneren van de gemeente en die nemen zomaar je fiets mee. Zomaar dus. Tegenwoordig geen Wild West, maar een (gratis) fietsenstalling. Jeuj. Althans dat zou je denken, maar dat vind ik dus helemaal niet. Want ten eerste ben ik mensenschuw en ten tweede heb ik nog nooit van zo’n ding gebruik gemaakt. NOG NOOIT.

Uh…?

Toen ik ooit na twee jaar Aruba weer in Nederland kwam wonen, heb ik héél lang geleden vermeden om de bus te pakken. Ik had namelijk geen idee meer hoe dat moest. Ja ja…dat klinkt heel stom. Maar ik wist niet of enkeltjes nog bestonden en of je kaartjes in de bus kon kopen en of je moest afstempelen..en nou ja niks meer. En om dat aan de chauffeur te vragen, dat ging mij (met mijn eindeloos verlegen inborst) veel te ver. Om dat te vragen en dan zo’n: “Wat voor allochtoonpersoon ben jij nou…pfff dat weet niet eens hoe de bus werkt”-blik te krijgen. Nee dank je vriendelijk. Uiteindelijk ging ik een keer met een vriendin mee en keek het bij haar af. Gelukkig, want ik was het lopen echt zat.

Maar zo voelde ik me dus weer toen ik vanmiddag met de fiets én Jan richting de stalling fietste. Ja, mét Jan. Want die moest me laten zien hoe dat allemaal werkte. JA! Want ik ging het dus mooi niet vragen. Mooi.Niet!

Saampjes

Gezamenlijk liepen we dan ook de stalling in, een helling af, terwijl ik mijn fiets met ál mijn kracht probeerde vast te houden. Mijn fiets wilde niet worden vastgehouden en al struikelend arriveerde ik dan ook op de plek waar mij een nummertje werd aangereikt door de beheerder. Dezelfde beheerder die ook om mijn stuur een papiertje vastmaakte. Iets wat ik nogal onaangenaam vond. Ho ho, da’s mijn fiets gast. Maar goed, ik zei natuurlijk niks. Je moet je nou eenmaal schikken naar het systeem…integreren zeg maar.

Na deze checkpoint – waar ik gelukkig zowel mijn schoenen aan mocht houden als mijn telefoon niet in een bakje hoefde te doen – kreeg ik een uitgebreide en geanimeerde instructie van Jan over de werking van die hoogparkeerdingen. Omdat zelfs Jan (met zijn 1.98 en niet geringe spiermassa) het ding niet in één keer naar beneden kreeg en al helemaal mijn fiets er niet normaal op kreeg, besloten we mijn fiets laag te parkeren.

Zo. Gedaan. Ik heb het overleefd! Dacht ik.

Dammit

Einde dag was het namelijk tijd om mijn fiets op te halen. Dit keer ging ik alleen. Ik had mijn kaartje netjes bewaard en wist dus zeker dat het goed moest gaan. Bij de deur keek ik de beheerder verwachtingsvol aan en hij keek verwachtingsvol terug. Ik keek nóg verwachtingsvoller. Hij keek net 2% verwachtingsvoller dan ik. Ik zette mijn meest verwachtingsvolle gezicht op. Nu besloot hij de stilte te doorbreken: “Eerst uw fiets ophalen, dán het kaartje inleveren….” Hij sprak langzaam en articuleerde elk woord. DAMMIT. Had ik het alsnog fout gedaan. Ik sloeg mijn ogen schuldbewust neer: “Bedankt voor die zeer uitgebreide instructie…” zei ik op de licht sarcastische toon en de overdreven harde stem, die ik speciaal bewaar voor momenten dat ik me geen raad met mezelf weet.

Mijn fiets stond er nog. Na wat geklungel met het slot en mijn tassen en de combinatie van beide, kon ik hem met gemak uit het rek trekken en de beheerder mijn kaartje nu wel aanbieden. Het deed mijn hart goed dat hij ook het kaartje van mijn stuur netjes verwijderde (mijn stuur ja!).

Nu had ik het echt overleefd. Volgende keer stal ik mijn fiets als een Baas. Zolang die beheerder maar niet teveel tegen me zegt. Daar word ik zenuwachtig van.

 

 

 

 

Digitale kletskous, gezellige borrelaar, webgek en -werker, kattenvrouwtje. Lees, speel wat piano, zing wat, maak wat internetdingen. Hekel aan valse wijven, maar nog meer aan valse kerels.

6 comments

  1. Ik heb als kind geleerd dat als ik naar de grote stad fietste ik hem dan netjes voor een kwartje in de stalling moest zetten, maar het zal de eerste keer bij mij ook zo zijn gegaan 🙂

  2. Hahaha! Ik heb ook al jaren niet gefietst want fietsen zijn door dieven schijnbaar zeer geliefd. Ik ga morgen naar Amsterdam dus ga dan misschien wel een poging wagen.. Ja ja, in freaking Amsterdam! Spannend hè?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *