Familie is belangrijk. Maar dat ben ik toch ook.

Ik heb altijd geleerd dat familie belangrijk is. Ik heb ook altijd geleerd dat je een tekst nooit met Ik moet beginnen. Maar goed, het blijkt dat ik niet zo goed luister. Omdát men vindt dat iets op een specifieke manier is, betekent niet dat ik vind dat het ook op een specifieke manier moet zijn.

Allergisch ben ik (check hoe ik niet met “ik” begon) voor “het hoort gewoon zo”, op bijna alle fronten. Van mijn vriend moet ik bijvoorbeeld mee naar zijn ouders: “Dat hoort gewoon zo!” En hoewel ik zijn ouders superlief vind, ga ik niet. Want “het hoort gewoon zo,” is geen argument.

Ooit – zo rond mijn 13e – besloot ik dat ik alles wat ik vond moest onderzoeken. Dat alles openstond voor vragen. Dat begon klein: wat is religie? Mijn ouders voedden mij niet religieus op. Met als resultaat dat ik jarenlang compleet gefascineerd was door religie. Ik wilde precies weten hoe het allemaal zat. Ik las de Koran, de Bijbel, de Thora.

Ik vroeg mijn Iraanse vriend over de Islam, mijn Joodse vriend (later, niet tegelijkertijd) over het judaïsme. En ik onderzocht het allemaal. Inclusief het Mormoonse geloof, verschillende filosofieën en zelfs scientology. Ik kwam tot de conclusie dat ik niet zomaar atheïst ben, maar eentje die gewoon oprecht boos wordt door de onzin die religie spuide en zonder geduld voor de lulkoek en “zo is het gewoons” die er zo’n belangrijke rol in spelen.

Later onderzocht ik allerlei andere cognities. Tot aan een bijna-depressie toe. De conclusie was namelijk minder dan vrolijk: ik bleek een nihilist en vond niks belangrijk. Ik hervond uiteindelijk ook mijn positiviteit: als niks belangrijk is, is exact datgene belangrijk waarvan ik bepaal dat het belangrijk is. Wat een power, ik bepaalde. Na een korte – maar huilerige periode – hervond ik mijn energie voor het leven. Ik mag kiezen. Ik bepaal. Ik laat gebeuren. Misschien niet voor anderen, maar toch in elk geval voor mezelf.

Maar familie is belangrijk. Een cognitie die ik ondanks al mijn omzwervingen langs religie en filosofie, langs wetenschap en esoterie nog steeds niet af heb kunnen schudden. Want een sterke cognitie. Eentje die mij met de paplepel is ingegoten. Een grote paplepel. Een basispaplepel.

En daarom waren mijn beste vriendinnen, mijn familie. Daarom pikte ik alles én nog wat, ván mijn familie. Daarom stelde ik mezelf ten diensten van mijn familie. Want familie is belangrijk. Het belangrijkste zelfs.

Maar het vrat aan me. De leugens die mijn familie met elkaar had gefabriceerd, vraten aan me. De leugens of misschien waren het fantasieën die op de een of andere manier mij een rol toebedeelde waarin ik als enige fout zat, fout was. Al was ik ten tijde van die “fouten”een kind.  Toch lag de zware bak met verantwoordelijkheid bij mij.

En hoewel ik wist dat het verhaal dat zij over mijn jeugd bedacht  hadden niet waar was, liet ze het toch zo vertellen. Want familie is belangrijk. Het belangrijkste zelfs.

Maar ik hield het verdomme niet vol. Want hoe meer ruimte ik gaf en toeliet om mijn rol door anderen te laten bepalen, hoe meer ze mijn rol gingen bepalen. En hoe minder ik mijzelf herkende in die rol.

Is het verhaal een beetje onduidelijk? Dat komt omdat familie belangrijk is. Het belangrijkste zelfs. En ik wil ze niet afvallen. Ik wil ze niet kwetsen. Maar ik wil mezelf ook niet langer kwetsen. Dus probeerde ik te praten. Met mijn familie. Het belangrijkste deel van mijn familie (ik heb een grote familie) en probeerde ik hen niet te overtuigen van mijn gelijk, maar slechts mijn verhaal te delen.

“Nee,” zei mijn belangrijkste familie, toen ik voorstelde om het gewoon te bespreken, meer niet. Om me gewoon aan te horen. Meer niet. “Nee,” mijn belangrijkste familie was niet bereid om te horen wat ik te zeggen had. Niet een beetje niet, maar helemaal niet. “Nee!”

Dus moest ik afstand nemen, van mijn familie. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat  ik dat moest. Voor mezelf. Geen ruzie, dat zou betekenen dat we nog bij elkaar horen. Geen boosheid, dat zou betekenen dat ik nog zit te wachten op een oplossing. Maar afstand. Afstand in het hoofd en afstand in het hart.

We zien elkaar soms. Want ja, dat moet – want familie. En dan zeg ik: “Veel plezier” of “Hoe gaat het?“ Maar ik meen het niet echt. Niet omdat ik ze niet het allerbeste toewens, want dat doe ik wel. Maar omdat ik ze ook de waarheid toewens of in elk geval een ander perspectief. Of in het allerminimaalste geval in elk geval de oprechte vraag: wat denk/voel jij nou?” om dan te luisteren naar de ander. Zonder het ermee eens te zijn en misschien zonder te oordelen. Want ja…familie. Dat is belangrijk. Het belangrijkste zelfs.

Ik mis mijn familie. Mijn belangrijkste familie. Ik zou willen dat we konden zitten en praten. Konden zitten en luisteren. Konden zitten en proberen om te opereren vanuit de positie dat iedereen z’n waarheid heeft, maar dat familie altijd ruimte heeft om die van de ander in elk geval in overweging te nemen. Of aan te horen.

Familie is belangrijk. Het belangrijkste zelfs. Mijn familie is weer net wat kleiner geworden. En er zit een klein gaatje in mijn hart. Eentje die niet dichtgaat. Nog niet. Niet omdat het niet dicht kan, maar omdat ik het niet dicht wil. Want als het echt sluit, dan ben ik mijn familie kwijt. En familie is belangrijk. Het belangrijkste zelfs.

Digitale kletskous, gezellige borrelaar, webgek en -werker, kattenvrouwtje. Lees, speel wat piano, zing wat, maak wat internetdingen. Hekel aan valse wijven, maar nog meer aan valse kerels.

2 comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *