Forenzenzombies en deurduwers, gelukkig heb ik een zonnebril

Een reus die niet anders kan dan een grote stroom mensen uitkotsen. Een vreselijke plek. Hel op aarde. Een plek waar commercie en infrastructuur samenkomen in een poging om de prachtige stad Utrecht een slechte naam te bezorgen. Hoog Catharijne. Ik kan deze belediging voor goed fatsoen niet ontwijken als ik andere plekken van Nederland wil bezoeken. Maar van harte gaat het niet.

Zonnebril op, koptelefoon diep in mijn oren gestoken, kalmerende muziek. Check. Ik zucht diep, haal mijn OV-chipkaart langs de automaat en voeg me tussen de mensen op de overvolle roltrap. Iedereen staat net te dichtbij. Alsof we beste vrienden zijn, maar ik ken deze mensen totaal niet. Vanachter mijn zonnebril bekijk ik de ruimte die ik om me heen heb. Die is minimaal. Links van me probeert iemand zich langs mij te wurmen. Daarbij slaat eerst z’n vouwfiets tegen mijn benen aan en daarna zijn rugzak nog eens tegen mijn hoofd. Ik laat het gaan. Dit is Hoog Catharijne.

Het wezen

Dan ben ik in de grote stationshal. Die is verbouwd, weet je niet. Van te grote stationshal, is het gegaan naar een soort snelweg voor mensen. Honderden mensen komen als één wezen op me afgelopen. Ze kijken allemaal over me heen, de verte in. Ze hebben zich voorgenomen me niet te zien en vooral niet voor me te wijken. Als een leger van Agent Smiths uit de Matrix lopen ze gesynchroniseerd op me af. Linkervoet, rechtervoet, stap, stap. Ik moet ze tegemoet lopen. Mijn trein is ergens in een zijstraatje van die mensenmenigte.

Nog een zucht. Ik zet een stap, terwijl ik naarstig zoek naar een gaatje in de bewegende massa. Een paadje waar ik doorheen kan sluipen. Een manier om over te steken naar de rechterkant. De kant waarvan ik vind dat ik er moet lopen, omdat we nou eenmaal ook rechts rijden. De mensen die mijn kant op komen lopen, vinden niet dat zij links van mij moeten lopen. Zij hoeven niet aan hun rechterkant te blijven. Zij zijn de massa. Zij zijn één. Zij zijn groot. Zij zijn krachtig.

Eindelijk zie ik een mogelijkheid om aan de overkant te komen. De mensenmassa wordt een soort Tetris en ik zie welke stappen ik moet nemen om erin te passen. Eenmaal aan de juiste kant maak ik mezelf zo klein mogelijk en loop ik zo snel mogelijk. Spoor 7, dat is niet  ver, dat moet ik kunnen redden.

Oorlog

Ik houd mijn blik gericht op de grond. Niet omdat ik zo ingetogen ben, maar omdat ik heb geleerd dat als ik oogcontact maak, dat er dan een wie-gaat-opzij-oorlog ontstaat. Terwijl als ik niet kijk, mensen er vanuit gaan dat ik hen niet gezien heb en ze als vanzelf opzij gaan. Een klein, maar effectieve overlevingstruc in deze stationshal die alle redelijkheid wegvaagt.

Spoor 7 zit net naast de Bruna. Een zijpaadje. Als je precies aan de goede kant van de bankjes erin steekt, kun je redelijk onbeschadigd de roltrap opkomen. Ik weet wat de goede kant is en maak er gebruik van. Op het perron is het loeidruk. Alsof iemand een Haren Project X feestje heeft georganiseerd en ik er per ongeluk in terecht ben gekomen. Ik beweeg me meteen naar het rokersdeel en steek een sigaret op. Pfffff.

Met 15 man hijsen we de rook uit onze Camels en Marlboro’s en een verdwaalde Belinda. Tien minuten staan we daar. Verbonden in onze verslaving, maar totaal los van elkaar. Er is geen oogcontact, er zijn geen gesprekken, niet eens steelse blikken. Elk van ons is in onze eigen wereld.

Olympisch treinduwen

Dan komt de trein. Iedereen loopt als een pro naar de deur. Alsof in-de-trein-zien-te-komen een Olympische sport is. Spieren worden gestrekt en men bereid zich mentaal voor op het grote duwen en trekken. Wie uit de trein moet zien te komen heeft pech. De binnenkomers omsingelen hen en gaan steeds dichterbij staan. Tegen de tijd dat de laatste uitstappende passagier z’n voet op de bovenste tree zet, is de deurmassa al bezig zich naar  binnen te dringen. Zielige laatste passagier. Ik neem me voor om op de terugweg niet de laatste te zijn. Liever niet.

Eenmaal binnen heb ik het geluk dat ik eerste klas reis. Nou ja, het is geen geluk an sich. Ik heb er bewust voor gekozen. En hoewel ik het belachelijk vind dat ik zoveel extra betaal alleen om een hele normale reiservaring te hebben, ben ik blij dat ik die keuze heb gemaakt. In de tweede klas zie ik mensen staan en dicht op elkaar en veel te knus zitten. De lucht die uit die drukke coupés komt is onverdraaglijk. De eerste klas ruikt niet beter omdat er beter ruikende mensen zitten. Maar omdat er gewoon minder mensen zitten. Ik plof neer in een stoel en zucht – alweer diep. Voor nu heb ik het lastigste stuk van de heenreis overleefd.

Mijn dag zit erop…het is tijd om terug te gaan.

Mentale voorbereiding

Op Sloterdijk stap ik in de trein. Die is nu redelijk leeg. Pas op Amsterdam Centraal en Amstel stapt de echt grote massa in. Maar dan heb ik al een goede zitplek. Een enkele, waar niemand naast kan komen zitten, alleen tegenover. Zodat ik in elk geval nog een klein beetje persoonlijke ruimte overhoud.

Zoals voorspeld loopt de trein langzaamaan steeds voller. Ik heb inmiddels mijn zonnebril en koptelefoon weer op en bereid me mentaal voor op een nieuwe ontmoeting met Hoog Catharijne.

Badr Hari – I wish

“Het volgende station is Utrecht Centraal” Bijna thuis. Ik sta alvast op, want ik weet nog goed wat er gebeurde met de laatste die uitstapte en ben er liever te vroeg dan te laat bij. Wanneer de trein stop en de deuren opengaan, ben ik ik de derde die de trein verlaat. De binnenkomers komen nu al dichterbij en met veel moeite en nog meer ellebogenwerk duw ik me door hen heen. Ik vloek een beetje en ben blij dat ik geen Badr Hari-capaciteiten heb, want al het geduw en getrek maakt me erg agressief. Gelukkig sla ik als een meisje (denk ik) en is het dus niet al te moeilijk om bij de duwers weg te lopen.

Dit keer loop ik niet door de stationshal. Vanaf waar ik ben uitgestapt zie ik namelijk de rij voor de roltrap al. De kans dat ik nog vóór 2015 via die route naar de uitgang kom, is nihil. Ik loop naar het einde van het perron, waar een trap naar beneden is en je het station kunt verlaten bij de buiten-ingang van de Mediamarkt. De tunnel is ooit een schuilkelder geweest. En dat is wat ik er doe: schuilen van de menigte forenzenzombies.

Synchroon

Ook daar ben ik natuurlijk niet alleen. Samen met andere mensen die deze uitgang kennen loop ik door de kelder heen. Onze voeten vinden hetzelfde ritme. Als één wezen met vele hoofden lopen we door de gang. Zorgvuldig blijven we elk in onze eigen wereld. We maken geen contact, maar onze lijven maken exact dezelfde bewegingen. Waarschijnlijk onopgemerkt door iedereen die hier loopt. Zo hebben we toch contact.

Aan het einde van de tunnel is licht. Het is de zon. Er is ruimte. Ik ben ontsnapt. Morgen moet ik weer. Morgen neem ik weer een zonnebril en koptelefoon mee. Oh Hoog Catharijne, ik kan je niet verdragen.

 

Digitale kletskous, gezellige borrelaar, webgek en -werker, kattenvrouwtje. Lees, speel wat piano, zing wat, maak wat internetdingen. Hekel aan valse wijven, maar nog meer aan valse kerels.

5 comments

  1. Hoog Catharijne is de poort naar de hel. De binnenste cirkel van Dante’s Inferno. Een sadistisch sociologisch experiment ontsproten uit het brein van een geitenwollen-sokken-wetenschapper in een pogiing een menselijk hamsterwiel te ontwikkelen en te kijken of we bij overbevolking elkaar dan ook dood gaan bijten.
    Hoog Catharijne brengt het laagste van het laagste bij elkaar; forenzen en mensen die in winkelcentra winkelen. Het zou alleen erger kunnen als het in Amsterdam was. Of Amerika; eigenlijk het Amsterdam van de wereld.
    Een gemiddelde aflevering van Fort van Boyard is gemakkelijker dan ongeschonden de hersenloze maalstroom van HC overleven.
    Ik kan bijna niet wachten tot HC tegen de vlakte gaat. Er is maar een ding dat mij zorgen baart; ik ben bang dat wat er ook op de rokende puinhopen van HC gebouwd wordt – net als een Indiaanse begraafplaats- geplaagd zal worden door de gekwelde geesten van gemartelde reizigers. Er is maar één oplossing; net als bij Chernobyl een betonnen koepel er overheen en de komende 100 jaar niet meer in de buurt komen.

  2. “Of Amerika; eigenlijk het Amsterdam van de wereld.” << Jij mag blijven!! 😀 Dat kan ik natuurlijk ook gewoon tegen je zeggen, maar dat zou half zo autistisch niet zijn 🙂

  3. Nog even en je hebt net als in HongKong van die mannetjes die de laatste mensen die op het perrons staan, de trein in duwen.

    Mooi geschreven Xaviera. ‘Agent Smiths’ en ‘Tetris’, hoe verzin je het! :p

  4. Welkom in mijn leven, elke dag Breda-Rotterdam v.v.. 2e klas nog wel, oh goody. Elke dag een parade van misantropische autisten. En véél mensen die niet weten wat een douche is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *