Ik verdenk mezelf van hippieschap – so what!

Zo, laten we het eens even over mijn werk hebben. Waarom? Waarom niet! Precies, lijkt mij reden genoeg. 

Mijn werk dus. Allereerst: wat doe ik dan? Nou dat is me nogal wat. Maar laat ik de belangrijkste zaken noemen. Mijn bedrijf heet ContentChefs. Daarmee adviseer ik andere bedrijven hoe ze content op een effectieve manier in kunnen zetten. Daarnaast geef ik les over contentstrategie en andere online zaken en spreek ik over hetzelfde op congressen en bijeenkomsten. Last but not least heb ik Content Collective, waarmee ik – samen met meer dan 200 anderen – 9 online magazines draai.

Je ziet dat het woord content nogal vaak terugkomt. Klopt. Ben ik gek op. Je denkt misschien: waarom doe je van die verschillende dingetjes mens? Snap ik. Maar dat valt echt mee. Het heeft namelijk allemaal onwijs met elkaar te maken. En dat wil ik toch eens uitleggen.

Laat ik beginnen met Content Collective. Dat vind ik de spannendste en ligt qua karakter het dichtste bij me. Content Collective (per nu CoCo) is – wat wij noemen – een crowdsourced publisher. Wat we doen is simpel: we hebben een aantal titels en mensen die dat leuk vinden, kunnen zich aanmelden om voor die titels te schrijven. Dat doen ze als vrijwilliger en in ruil daarvoor krijgen ze exposure, een mooi profiel en meer (wat dat meer is, vertel ik zometeen). Op die manier bereiken we zo´n 70.000 lezers per maand en publiceren we tussen 250 en 300 artikelen.

*Gaap*  denk je nu. Je hebt dus een blog en mensen bloggen daarvoor. Klopt. Niks nieuws onder de zon. Maar toch is er wel iets bijzonders aan CoCo.

Content Collective is ontstaan vanuit het idee dat old skool bedrijven mensen onvoldoende als geheel bekijken. Kom je binnen bij een bedrijf als jurist, dan is de kans erg klein dat je ooit mee mag denken met de mensen van marketing. Heb je als HR-pipo fantastische ideeën voor de mensen van sales, dan is dat pech voor jou. Dat vind ik zonde. Mensen zijn veel meer dan de kaders van hun contract vertellen. Mensen kunnen ook veel meer dan die kaders verraden. En mensen willen vaak ook meer (niet alle mensen de hele tijd, maar voldoende mensen, op genoeg momenten).

Dat frustreerde me eindeloos. Dat afdelings- en hokjes-gebakkelei kost in sommige bedrijven meer tijd dan het feitelijke werk. En het levert ondenkbaar veel frustratie op als je je talenten- in de 40 uur per week dat je op kantoor doorbrengt, niet mee mag nemen. Zonde.

Bloggen deed ik al sinds het begin van de ’00’s. En naast mijn eigen blog, kwamen er naarmate de tijd vorderde, steeds meer blogs bij. Het duurde even voordat ik doorhad, dat we een organisatie waren. Misschien niet op een kantoor. Misschien niet met salarissen (nee, ook niet voor mezelf), maar wel een organisatie. Met afdelingen en afspraken, met processen en verantwoordelijkheden. Dat fascineerde me niet alleen eindeloos – deze kantoorloze organisatie – maar dat enthousiasmeerde me ook.

Want doordat wij geen contracten hadden, alleen afspraken. En doordat wij geen muren hadden tussen afdelingen, omdat iedereen die bereid is verantwoordelijkheid te nemen, tussen rollen, teams en meer mag schuiven. Doordat we die zaken die me aan veel andere bedrijven stoorde, niet hadden – ontstond er een bijzondere samenwerking: open en flexibel, met grote gun- en fun-factor.

Klink ik als een hippie? Vast wel. Maar toch is dit wat er gebeurde.

Maar goed. Daar zat ik dan met organisatie en sites. Ik verdiende er geen stuiver aan, maar had wel kosten. Dan geen kantoor, maar ons intranet moest draaien. En de magazines zijn dan niet van papier, maar de hosting moet betaald worden.

Ik sloeg aan het denken. Enerzijds had ik het idee dat we hier iets bijzonders hadden: de manier van samenwerking en de ruimte die dat de betrokkenen biedt. Aan de andere kant besteedde ik er veel tijd aan, ook veel meer dan de anderen in de organisatie om alles te faciliteren en moest ik dat naast mijn toch al volle todo-lijst doen. Dat was niet vol te houden.

Een heleboel denkslagen later, had ik het antwoord. Althans, dat denk ik nog steeds, maar misschien zit ik ernaast hoor.

Wat nou, als ik mijn bedrijf en CoCo samen liet werken. Niet door Content Collective onwijs commercieel te maken en dat eruit te trekken. Maar door de kracht van beide, in de ander te investeren. Klink ik weer als een hippie? Vast wel.

Hoe werkt dat dan nou weer?

Nou, met ContentChefs bieden we bedrijven advies, maar kunnen we ze ook helpen aan contentprofessionals (van bloggers tot strategen, van copywriters, tot contentmarketeers) en die bij hen detacheren.

Door Content Collective en de meer dan 200 vrijwilligers heb ik een groot en waardevol netwerk, van mensen waarvan ik niet alleen weet of hun CV er fijn uitziet, maar waarmee ik ( soms al jaren) ook echt praktisch samenwerk en hun feitelijke werk zie. Mensen die bovengemiddeld begaan zijn met hun beroep en die tijd investeren om hun kennis, visie en meer te delen met anderen.

Daarbij heeft Content Collective een bereik dat ContentChefs gewoonweg niet heeft.

Het idee ontstond dus om vanuit ContentChefs exclusief te werken met de vrijwilligers uit Content Collective. Maar dan natuurlijk gewoon betaald. En om die vrijwilligers ook een veel beter tarief te bieden, juist omdat ze vrijwilliger zijn bij CoCo. Een voordeel vanuit ContentChefs-perspectief: we kunnen mensen bieden die we kennen en vertrouwen, maar nog steeds putten uit een groot en uit zichzelf (bijna) groeiend netwerk. Dat vind ik erg fijn. Een voordeel vanuit CoCo-perspectief, want nu konden we meer bieden dan het basale jij blogt/mensen lezen ruildingetje.

Inmiddels stond de groep mensen van Content Collective ook niet stil. Samen maakten we razendsnel de website. Samen zetten we nog nieuwe magazines op (we zaten begin 2013 nog met 4 magazines). Maar er ontstonden ook andere ideeën om Content Collective voor de betrokkenen nog interessanter en waardevoller te maken. Zo wierp iemand zich op om trainingen te organiseren, gegeven door onze eigen Content Collective experts, voor kostprijs (huur van de zaal). De duurste van die trainingen (contentstrategie) was 20 euro. Dat was overigens vooral mijn schuld, omdat ik het per se in Utrecht wilde geven. De andere trainingen kostten tussen 0 en 10 euro.

Daarnaast ontstonden er steeds meer rollen. Zo worden nu proefblogs beoordeeld door het kwaliteitsteam. Wordt er stockcontent gemaakt door een stock-team, is er een nieuwsteam en een chef eindredactie en meer. De organisatie maakte het afgelopen jaar een professionaliseringsslag en dat was gaaf om te zien. Nog mooier: de organisatie groeide voorbij mijn persoon. Waar het heel lang om mij heen bestond en ik dus niet echt meer op vakantie kon, was ik niet meer zo belangrijk. Erg slecht voor mijn ego. Erg goed voor Content Collective.

Halleluja. Nog steeds een hippie hier.

Is het dan allemaal perfect? Neuh. Het is elke dag weer nadenken over een paar zaken:

Hoe zorg je dat vrijwillig niet vrijblijvend wordt?

Hoe zorg je dat de sfeer open blijft en dat professioneel, fun niet uitsluit?

En de belangrijkste vraag: hoe zorg je ervoor dat de community (want dat is CoCo) van waarde blijft voor iedereen die meedoet.

Die laatste vraag houdt me continu bezig en is het gesprek van de dag hier in huis. Door klussen in de community weg te zetten, give aways natuurlijk ook, door de gratis (of goedkope) trainingen, het netwerk, de exposure en de gezelligheid die we kunnen bieden, zijn we wel al op weg, maar zijn we er nog niet. Ik kan niet iedereen aan klussen helpen. We krijgen niet honderden test-spullen per maand binnen, niet iedereen zit te wachten op een netwerk en niet iedereen vindt die gezelligheid gezellig (al zijn van de 240 man/vrouw, zo’n 80 bovengemiddeld actief – geen slechte score).

Het een en ander moet namelijk in balans zijn. Mijn holistische-kijk-op-de-mens-hippie-idee spreekt niet iedereen aan (prima) en door magazines te maken, gaan we een content-belofte aan, die we wel moeten kunnen waarmaken (aan onze lezers). Mijn inzet, CoCo’s inzet, onze inzet. Het moet met elkaar kloppen. En daarover nadenken en op bijsturen is een continu proces. Ook al omdat zaken veranderen naarmate we groeien. En veranderen, omdat zaken dat gewoon graag doen: veranderen.

Maar dat is ook exact wat er leuk aan is. Samen zijn we een organisatie aan het maken die anders omgaat met mensen, middelen, elkaar, het werk en de verdeling van dat alles. En dat is leuk en interessant en geeft (hippppieee) energie. Heel soms trouwens ook frustratie. AAAAAAAAAH > dat! Maar in grote lijnen is het een heerlijk gevoel om samen te werken met anderen die zoveel energie hebben. Mensen die graag verhalen vertellen. Mensen die bereid zijn een handje te helpen. Niet mij alleen, maar elkaar dus.

Er is weinig wantrouwen en weinig (niet geen) drama.

Oké…en waarom vertel ik dat nou eigenlijk? Eerlijk? Een beetje frustratie, ik geef het toe.

Zoals gezegd is hier in huis het gesprek van de dag (nou oké, week…ik overdrijf wat): hoe kunnen we dingen terugstoppen in die community? Hoe kunnen we de waarde vergroten? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we wel de (niet geringe) kosten eruit halen, maar het nooit leegzuigen, maar juist er structureel in investeren. Hoe kunnen we zorgen dat wat met het hart gemaakt wordt, niet door de portemonnee geslacht wordt, maar toch voor iedereen (daar proberen we naartoe te groeien dus) winstgevend. Veel hoofdbrekens daarover. Veel vragen aan mezelf: is dit zuiver? Is die beslissing oké? Zal ik iets naar links, iets naar rechts? Moet ik dit democratisch beslissen of mag ik dat alleen doen (hipppieeee).

En ik werd een beetje moe van mensen die – zonder dat ze het mij overigens gevraagd hebben – denken dat ik er onwijs garen bij zit te spinnen. Of rete-rijk word van Content Collective…en dan nog het liefst over de ruggen van anderen. Dat is een verwijt dat me heel erg raakt. Want dat is wat ik pertinent Niet wil doen. Dat is waar ik steeds twijfel en mezelf dingen ontzeg omdat ik denk dat het beter is voor de CoCo als ik minder heb en CoCo meer. Dus ja, dat raakt me. Dus ja…ik tik het even hier.

Waarmee ik overigens totaal niet zeg dat ik mezelf zielig vind (op vlagen van zelfmedelijden na, die vaak hormonaal zijn ingegeven). Maar rijk word ik er niet van, noch is dat mijn doel. Ik wil dat we als Content Collective iets gaafs doen. Laten zien dat hart en portemonnee op prettige wijze samen kunnen gaan (did I mention Hippies?). Daar ben ik nog niet. En misschien zit ik er ook nog totaal naast. Maar ik ga het toch gewoon proberen. Wat jij ook zegt.

En nu een borrel.

Digitale kletskous, gezellige borrelaar, webgek en -werker, kattenvrouwtje. Lees, speel wat piano, zing wat, maak wat internetdingen. Hekel aan valse wijven, maar nog meer aan valse kerels.

2 comments

  1. Ik (en vele CoCo’s met mij) twijfelen geen seconde aan je hippie-attitude, dat je gewoon met z’n allen iets gaafs wil neerzetten. Dat wil ik (en vele CoCo’s met mij) ook!
    En ik snap je uitdaging van uit de kosten komen. En steeds moeten vernieuwen/verbeteren omdat we groeien. We doen zoiets unieks dat het antwoord op de vragen lastig te vinden is. Gooi de vraag nog eens in de groep op Podio zou ik zeggen. Genoeg adviseurs daar 🙂

  2. Goede gezegd hippie! (overigens niks mis mee met deze term, als het betekent dat je hart voor mensen hebt)

    Je bent – voor mij – nog een heel belangrijk voordeel van CoCo vergeten: het is een ongelooflijk goede leerschool voor content professionals door het samenwerken met elkaar. Door de samenwerking tussen blogger en eindredacteur leren beiden hoe anderen teksten (blogs in dit geval) schrijven en lezen. Hiermee verbetert de kwaliteit van de blogger en eindredacteur en uiteindelijk ook het blog! Zelfs doorgewinterde bloggers en eindredacteuren worden soms (voorzichtig en diplomatiek) met de neus op verbeteringen gedrukt, die ze zelf (nog) niet hadden gezien. In mijn optiek wint iedereen mee. Niet alles draait om geld in het leven. En CoCo is ook geen (hippie)sekte waar je niet meer vanaf komt. Voelt het niet meer goed, dan vertrek je gewoon en ga je iets doen wat je wel gelukkig maakt; want daar draait het uiteindelijk om in het leven! (aldus de hippie in mij 😉 )

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *