Het onderstaande bericht had ik eigenlijk op Facebook geplaatst, maar iemand vroeg me om het toch op mijn blog te delen. Bij deze dan. Al is het geen blog eigenlijk,…en heb ik het ook niet nagekeken op tik- en taalfouten. Weet  je dat ook weer.

Eigenlijk ging ik een blog schrijven. Met van die strakke woorden enzo. BAM…in your face. En toen …ging ik dat niet doen. Want eigenlijk ben ik er klaar mee.

Ik kwam terug naar Nederland toen ik 18 was. Het waren de hoogtijdagen van neo-nazi’s en ik ging wonen in Den Haag. Ik schrok me een hoedje. Ik was doodsbang om de straat op te gaan. Stond een keer in de videotheek, toen zo’n neo-nazi gast waarvan ik in de Nieuwe Revu had gelezen dat hij iemand had gedood (herkenbaar aan de zeer specifieke tattoo op zijn achterhoofd) binnenliep. Ik herkende hem direct en hield op met ademen tot de uitbater van de videotheek weer van achteren kwam lopen en ik snel de deur uitschoot.

In de trein ging zo’n gast tegenover me zitten en trok hij een mes, waar hij mee speelde terwijl hij me aanstaarde. Een gróót mes. en ik zat daar minutenlang te doen alsof ik het niet zag en las door in mijn boek. Doods-freaking-bang. Ook eenmaal uit de trein volgde hij me nog steeds. In de tram ging hij achter me zitten en toen ik uitstapte deed hij dat ook. Het was pas toen ik richting politiebureau liep (vlakbij de tramhalte) dat hij eindelijk wegging.

Door de jaren heen maakte ik meer en minder (zie hierboven voor voorbeelden) subtiele racistische crap mee. Subtiel wanneer ik als een idioot werd behandeld bijv. en mensen langzaam Nederlands tegen me gingen spreken (dat duurde totdat ik mijn mond dan opentrok en een potje Bilthoven-noord op ze afvuurde). Of subtiel wanneer ik in een groepje zat en er stomme grapjes werden gemaakt over “luie surinamers”…of minder subtiel zoals toen ik in de tram zat en de kinders voor mij riepen: ‘Ze moeten al die luie nikkers ophangen.”

Ik wist niet wat me overkwam. Ik was eerst nog niet eens boos. Maar hoe vaker ik het meemaakte, hoe meer ik me er gewoon onwijs verdrietig over begon te voelen. Toen ik jonger was dacht ik altijd dat ik ook Nederlander was. Maar hier werd er steeds maar op gewezen dat ik “de ander” was. Dat ik anders was…zichtbaar. En dat ik onderdeel van “de ander was” …van zij. Ook wanneer er tegen me werd gezegd, na een lichte tirade over buitenlanders: “Maar jij niet hoor…jij bent anders” of als iemand zo’n beetje uit het niets zei: “Jij bent toch helemaal geen allochtoon.” Waarmee ze eigenlijk zeiden: jij bent net als wij en dat is goed.

Toen kwam 11 september. En sloeg de poep echt tegen de ventilator. Van de ene op de andere dag was racisme helemaal niet zo subtiel meer. Politiek, media, de wereld: iedereen was gek geworden. Je weet het vast nog.

Dag in dag uit ging het in de krant over de merites (of gebrek daaraan) van allochtonen. “Jij niet,” zeiden mensen die ik sprak tegen mij. Maar zo voelde het niet. Want in de reportages en achtergrondverhalen werd die nuance niet gemaakt. En door hem niet te maken, werd langzaam maar zeker een beeld geschetst van dé allochtoon die een last was voor de Nederlandse maatschappij. Want crimineel, anders, niet Nederlands genoeg, achtergesteld, achterlijk.

Dag in dag uit.

Ik probeerde me er niks van aan te trekken. Maar dat deed ik, terwijl de meer en minder subtiele racistische opmerkingen in mijn eigen omgeving doorgingen. Terwijl ik steeds meer teleurgesteld raakte in vrienden er stellig van overtuigd waren dat wat zij lazen in de krant en zagen op televisie de volledige waarheid was.

Blanke vrienden, die relaxt achterover konden hangen in het idee dat het niet over hen ging. Die geen enkele noodzaak hadden om de oorzaken te zoeken achter de boude claims over dé allochtoon, omdát het niet over hen ging.

Maar het gaat óók niet over jou….werd mij verteld. En in het begin lukte het me vaak ook om me dat voor te houden. Maar zoals we bij een ramp in het buitenland toch extra interesse hebben wanneer er Nederlanders in het vliegtuig zitten, raakte nieuws over allochtonen, mij ook extra. En zoals na een dag tegenslag je frustratie zo is opgebouwd dat je nog maar weinig geduld hebt met je partner, waar je eigenlijk gewoon heel veel van houdt, was ik toen al een beetje murw van het dagelijkse geweld aan meer en minder subtiele vormen van racisme. Steeds moeilijker werd het om élke freaking keer maar te denken: vat het niet persoonlijk op, blijf positief.

Als het alleen voor mij vaste klanten avond was bij de discotheek, als ik weer eens gevolgd werd in een winkel, als ik werd uitgescholden of als iemand tegen me zei ‘wat spreek je goed Nederlands’ of op een andere manier een klein inkijkje gaf van wat men eigenlijk van me dacht.

Kennis is macht, had ik van mijn ouders geleerd. Dus las ik zoveel mogelijk, werd lid van een anti-discriminatie-stichting en schreef me helemaal leeg over deze onderwerpen. Omdat ik niet goed wist wat ik anders kon doen eigenlijk. En omdat ik vond dat ik hier wel gewoon hoorde, maar dat ik – en anderen met mij – het ook gewoon verdiende om niet te worden gezien als de ander, maar gewoon als Xaviera…als individu en niet als vertegenwoordiger van een volledige bevolkingsgroep, huidskleur of ras. Maar ook niet als uitzondering daarop. Gewoon…je weet wel..als mezelf.

Met mijn vader zat ik soms huilend aan de telefoon, als er weer iets was gebeurd. Alleen met hem, want als ik een poging waagde om het over het onderwerp te hebben met de meeste van mijn autochtone vrienden, was de reactie (jouwes ook maybe baby?) steevast een van deze:

– Je moet je niet niet zo slachtofferig opstellen
– Zo erg is het hier niet (gevolgd door een verwijzing naar een plek waar het wel erg was)
– Dat is vast niet zo bedoeld OF ik heb het niet zo bedoeld, dus kan het geen racisme zijn.

Maar erger nog dan deze reacties (want daar kon ik tenminste nog op reageren), waren de meer subtiele bewoordingen die ik nu niet eens precies kan herhalen, maar die bedoeld waren om mij te vertellen dat ik uit mijn nek kletste, niet zo moest overdrijven en dat ik overgevoelig was. Dat mijn realiteit onzin was. Maar dat zelfs als die géén onzin was, ik de mentale weerbaarheid moest hebben om die paar dingetjes gewoon te incasseren. Neehee, natuurlijk zijn ze niet goed. Maar joh, iedereen heb wat he. En als ik dan probeerde uit te leggen dat de optelsom op enig moment ervoor zorgde dat ik echt verdrietig was om het gevoel te hebben dat ik niet mocht zijn in het land waarvan ik expliciet dacht dat ik er thuishoorde (waar anders dan?), dan zag ik de ogen van mijn gesprekspartner wegkijken en zag ik hen mentaal afhaken. Dus deed ik het dan maar af met een grapje en voelde me stiekem niet gekend of gehoord. Maar dat zei ik niet, want slachtofferrol enzo.

Toen kwam Wilders en werd het allemaal nog gekker. Jawel, hij richtte zich eerst op moslims, maar het was ook de PVV die Aruba en de eilanden boevennesten noemde en voorstelde de Antillen te koop te zetten op Marktplaats. Niet één keer, maar steeds weer. En ik mag dan atheist zijn, als er over mensen met een kleur op die manier wordt gesproken, dan let ik altijd op. Want de kans is groot dat ik op enig moment aan de beurt ben.

De zwarte Piet-discussie, Rutte die Nederland “terug wilde geven aan de Nederlanders”, Minder, minder, minder….en de dagelijkse boodschap dat de multiculturele samenleving is mislukt, dat allochtonen duur zijn, dat allochtonen wel erg vaak crimineel en analfabeet zijn. De continue nadruk op het verschil tussen wij en zij, waarin ik me echt totaal geen wij, maar duidelijk zij voelde, deed mijn mentale weerstand geen goed. Want hoe mentaal weerbaar je ook bent, als je steeds maar het gevoel hebt dat je moet uitleggen dat het beeld niet volledig is of feitelijk niet klopt. Als je dus steeds maar in de verdediging zit, dan word je op enig moment gewoon heel erg moe.

Ik trok me een beetje terug. Stopte met het lezen van kranten, kijken van het nieuws. Rust. Even. Pffff. Vanuit mijn ooghoeken zag ik natuurlijk wel de discussies en incidenten, las ik de reacties en het uitblijven ervan van anderen. Maar ik probeerde me er niet te veel in te mengen. Wat natuurlijk voor geen meter werkte. Want ik trek het me aan. Ik heb geleerd om me wat aan te trekken van onrecht. En volledige bevolkingsgroepen structureel wegzetten als de oorzaak van een zogenaamd mislukte maatschappij is onrechtvaardig. En je mond erover houden wanneer anderen dat beweren is ook onrechtvaardig. En slap.

Ook voor mij.

Dus ging ik hier en daar de discussie weer aan. Maar hij was intussen nog vermoeiender geworden. Want de kloof in het begrip wat racisme nou eigenlijk is, is nog groter geworden.

Aan de ene kant is er de groep die denkt dat mijn voorbeeld van die neo-nazi’s aan het begin is hoe racisme eruit ziet. En die dus – ook nu weer rondom Mitch Henriquez – stelt dat als racisme niet bewezen is, het er niet is. En aan de andere kant de mensen die ermee te maken hebben en die wéten hoe verneukeratief en subtiel het kan zijn. Helemaal niet aantoonbaar buiten de context van het moment. Helemaal niet gevat in specifieke woorden die gemakkelijk aantoonbaar racistisch zijn, maar in context. En in de subtiele uiting van een denksysteem dat gevoed door media en mentale luiheid ertoe leidt dat je net anders behandeld wordt.

Een oneigenlijk discussie tussen die twee stromingen zorgt voor een patstelling: de eerste groep blijft schijnbaar(!) redelijk eisen om bewijs, terwijl de tweede groep buiten de context van het moment niet goed kan uitleggen waar het nou in zat.

Ik ben moe. En ik ben verdrietig. Niet elke dag, de hele dag. Maar te vaak als het dit onderwerp betreft. Ik wil helemaal geen onderdeel (of oorzaak) zijn van een mislukte multiculturele samenleving. Ik wil niet de hele tijd het gevoel hebben dat ik iets moet uitleggen. Ik wil ook niet negeren dat er zaken spelen in de maatschappij waar ik in woon en ik wil ook niet net doen alsof er nooit iemand racistisch tegen me is, omdat een ander dat prettiger vindt om te horen.

Ik ben moe. Van het gevecht tussen die 2: aan de ene kant het gevoel dat ik hier gewoon weg moet gaan. Dat Nederland niet het land is waar ik echt thuis kan zijn. Want hoe kan ik thuis zijn als het niet veilig (ik bedoel niet fysiek onveilig, ik bedoel mentaal en emotioneel) is om te vertellen wat ik en anderen toch regelmatig meemaken. Als ik hier niet serieus word genomen wanneer ik je toch echt zeg dat het zo is. Wanneer ik het over mijn werk heb, nemen mensen aan wat ik zeg op mijn (niet echt) blauwe ogen. Maar als het om mijn ervaring gaat, komt de reactie veelal neer op: trek het je niet aan, wat erg lijkt op: stel je niet zo aan. Het is het net niet, maar het scheelt me net te weinig.

En aan de andere kant ís Nederland mijn thuis. Born and raised baby. En als er in mijn thuis iets aan de hand is, dan is het van belang dat ik daar iets aan doe. Want zo hoort dat. De maatschappij dat ben jij.

Dus ik blijf. En ik schrijf. Of ik praat. Da’s wat ik kan doen. En ik zet me mentaal schrap tegen de mensen die mij beschuldigen van slachtofferschap. Of tegen de mensen die zeggen: ‘Je mag het allemaal wel zeggen, maar je moet het op een andere manier zeggen…een manier die mij welgevallig is, anders mag je het eigenlijk niet zeggen.’ Of de mensen die gewoon ronduit roepen: rot op naar je eigen land. Maar nog meer: de mensen die dan stil blijven of alleen in privéberichten op social media nog wel bereid zijn om te zeggen: nou zeg…tis wat he.

Je geaccepteerd willen voelen is een hele basale menselijke emotie. Ik heb dat in algemene termen helemaal niet zo. Ik heb een hekel aan allerlei enge groepsprocessen en kijk liever van een afstandje naar een groep, dan dat ik in de groep vertoef.

Maar als ik NIET geaccepteerd word, subtiel of minder subtiel, dan wil ik dat dat is om iets waar ik voor gekozen heb en niet een uiterlijk kenmerk of de plek waar mijn ouders zijn geboren. Maar iets waar IK voor gekozen heb en IK verantwoordelijkheid voor kan nemen. Iets waar IK in kan KIEZEn of ik dat wil veranderen en zo een andere reactie teweeg kan brengen dan afwijzing. Zoals mijn polstattoo, die mijn moeder ernstig afwijst. Daar had ik kunnen kiezen om die niet te laten zetten en ik kan er zelfs nog voor kiezen om die te laten verwijderen. Maar dat is MIJN verantwoordelijkheid. Als mensen me daarop willen afwijzen, dan prima. Dat die mensen er zouden zijn, wist ik toen ik die keuze maakte.

Maar hier geboren worden, met een andere kleur en opgroeien met óók deels een andere cultuur, daarin heb ik geen keuze. En er is ook – laat ik dat even goed benadrukken – niks mis met die andere cultuur of mix daarvan. En als wel, dan in elk geval niet meer of minder dan met de autochtone Nederlandse cultuur (voor zover culturen uberhaupt zulke duidelijke scheidslijnen vertonen).

Ik heb verder geen punt om te maken. Ik heb effe geen zin meer om mijn opinie te geven of columns te schrijven. Ik zeg je wat ik voel:

Ik ben moe. En ik ben verdrietig. Ik voel me totaal niet gehoord en vaak geridiculiseerd om iets wat me echt verdrietig maakt.

En omdat iedereen het altijd prettig vindt als je positief bent en niet iedereen zelf in staat is tot nuance nog even dit:

Ik ben dat niet de hele tijd, elke dag, de hele dag. Ik ben dat op momenten wanneer ik teleurgesteld ben in wat ik om me heen zie. I will live. And when I’m tired of it…echt…dan ga ik weg. Naar canada, want daar schijnen ze nog echte winters te hebben.

Pffff

Als je dit helemaal hebt gelezen en je bent tot hier gekomen heb je een ijsje verdiend. Trakteer jezelf, ik stel een cornetto voor > lekker veel E-nummers.