Etage na etage, kamer na kamer, kast na kast, kist na kist. Langzaam maar zeker begint mijn huis steeds leger te raken. Ik ga ook niet zachtzinnig te werk. 5 rollen met vuilniszakken gingen er al doorheen. En elke keer dat ik denk dat ik er ben, ontdek ik nog een hoekje met spullen. Voor de bergruimte, voor de opslag, voor de vuilstort. 

Al drie keer stond mijn niet geringe balkon volledig vol met goedgevulde vuilniszakken. Maar hier is de magie:

IK HEB NOG STEEDS SPULLEN.

Hoeveel kan een mens verzamelen in een leven? Een heleboel blijkt dus. Langzaam maar zeker heb ik door de tijd heen in doosjes, opbergkisten, kasten, hoekjes alles bewaard. Ik blijk een sociaal functionerende hoarder, bijna rijp voor een reality show over het opruimen van mijn huis. Mijn enige redding is een groot huis en weinig bewoners (ikke), anders hadden de spullen op de grond gelegen.

En net zoals ik bij de serieuze hoarder op televisie heb gezien, merk ook ik dat ik bij alles denk: “Maar wat als ik dat nog eens nodig heb. Ik kan het vast nog eens gebruiken.” Maar ik pareer mezelf: weg ermee.

Een ander gevoel bekruipt me ook, terwijl ik rigoureus mijn spullen in de vuilniszak laat verdwijnen: mijn rommel is voor een ander misschien nog bruikbaar. 70 hangers, wie wil die nou niet. Oude schoenen, jurken, broeken, jasjes. Kleine tafeltjes, leuke versieringen. wat zonde eigenlijk. Niet stuk, niet vies, gewoon niet meer nodig. Het liefst zou ik alles weggeven. Het probleem is echter dat ik retehaast heb. Alles moet weg! En snel.

Ik ben inmiddels bijna aan de andere kant van de verzameltunnel. Vanavond nog één keer een beschamende hoeveelheid vuilniszakken buiten zetten, nog 2 koffers in de berging en dan is echt alles wat weg moet weg….denk ik.

Bezorgd bedenk ik wat er allemaal richting vuilnis is gegaan, wat als ik opeens die 70 hangers nodig heb? Maar ik voel me ook bevrijd, alsof ik de spullen letterlijk mee moest dragen en die last nu verdwenen is.

En hoeveel vuilniszakken zijn het? Meer dan 100 inmiddels. Meer dan 100!