De fittest – oh jee

Het is vrijdagochtend wanneer ik nu al bezweet de sportschool binnenloop. Bezweet omdat ik met geen mogelijkheid mijn sportbeha kon vinden. En niet dat het zoeken nou zo’n inspanning is, maar het idee dat ik direct al de eerste keer te laat zou komen, heeft me in non-sportief zweet doen uitbarsten.

Is een sportbeha dan zo belangrijk, vraag je je nu misschien af. En het antwoord daarop is JA! Want hoewel ik dan niet erg sportief ben geweest in alle dagen voor deze vrijdag, heb ik wel altijd de perfecte uniformen ingeslagen op verschillende momenten in mijn leven.

Sterker nog: met het aankopen van het juiste sportuniform (topjes, shirts, leggings, trainingsbroeken, tennisrokjes) en de juiste apparatuur (rackets, sticks, gewichten, springtouw), heb ik tot dusver meer calorieën verbrand dan met het sporten zelf.

Ik loop Nicole dan ook tegemoet in een legging en bijpassende haltertop van Nike, met speciaal aangemeten gymschoenen. Há!

Ik laat me niet kennen

Tot mijn schrik staat naast Nicole een jongmens: “Vind je het goed als hij even meekijkt?”

Hoewel ik dat eigenlijk niet vind – meer getuigen van het ontbreken van elke vorm van conditie – knik ik enthousiast. Ik ga me niet laten kennen, dat begrijp je wel.

“Vandaag doen we de fittest,” legt Nicole me uit. “Dan weten we waarmee we werken.”

Nogmaals zet ik mijn meest enthousiaste gezicht op, hoewel ik eigenlijk nu al wil benadrukken dat het allemaal niks gaat worden met mij. Maar ik blijf stil. Woorden hebben power.

Ik ben een pro

De eerste oefening blijk ik echter verschrikkelijk goed in te zijn: op de weegschaal staan. Niet alleen neem ik als van nature direct de juiste houding aan, maar ik slaag ook met klinkende cijfers voor dit deel van de fittest. Mijn vetpercentage, spiermassa en alle andere zaken die ik direct weer ben vergeten – afgeleid als ik ben door alle voldoendes die ik krijg – zien er keurig uit, aldus Nicole. Há deel 2!

Ongeveer de waarheid

We kletsen nog even over de doelen die ik heb. Daar ben ik niet helemaal eerlijk over als ik zeg dat ik gewoon sportiever wil worden (want ik wil natuurlijk gewoon een strakke bips en zo’n zomerlijf dat op je 46ste waarschijnlijk niet meer helemaal redelijk is) en dan is het echt tijd om aan de slag te gaan.

Klopt wat je daar zegt

Squats, planking, crunches, ik doe ze allemaal. Zowel het observerende jongmens als Nicole coachen me er doorheen: “Je doet het echt heel goed!!” Roept Nicole na een plank die de langste minuut duurt van mijn hele leven.

Hoewel ik haar totaal niet geloof, geeft het een mens moed. Mij in elk geval wel. Ik besluit dan ook om haar per direct volledig in alles te geloven wat ze tegen me zegt. Dat stemmetje in mijn hoofd dat blijft roepen: je kán het niet!  Vervang ik door de stem van Nicole en haar assistent, die ook erg onder de indruk zegt te zijn van mijn prestaties.

So far, so good.

130 zeg je? Dat kan ik!

Maar dan moet ik op de fiets. Ik heb geen fiets. Ik doe geen fiets. Mijn conditie is dat wat je van een roker kan verwachten. En bro, ik heb net uitgebreid gesport (vind ik dan).

“Oké, je gaat fietsen totdat je hartslag op 130 zit.” Nicole zegt het alsof dat fenomeen wat tijd nodig gaat hebben. Ik begin te trappen en een seconde of 40 later, terwijl ze midden in haar uitleg zit, zie ik bij hartslag 130 staan.

“I did it!” Roep ik hijgend uit, alsof ik iets gewonnen heb. Voor het eerst een beetje beteuterd, kijkt Nicole naar het scherm. “Ga toch maar even door..” Aan het uitdrukking zie ik dat dit wel erg snel is. Kan ik daar ook een medaille voor krijgen? Waarschijnlijk niet.

Dat valt (misschien wel) mee

Uiteindelijk houd ik toch 8 minuten vol. Ik heb de volledige fittest overleefd. Nadat we gezamenlijk en mét een kopje thee concluderen dat het allemaal veel erger had kunnen zijn, spreken we af dat ik twee keer per week kom trainen.

Langzaam drink ik mijn thee, zodat mijn duizeligheid de tijd heeft om weg te trekken. Ik had niet verwacht dat ik alle oefeningen zou kunnen doen en ik voel de spierpijn nú al opkomen, maar een nieuwe fase is ondanks dat toch aangebroken. Dus duizelig, misselijk en met een ernstig protesterend lijf, rijd ik tóch tevreden naar huis.

Klaar voor de eerste echte training.

Leave a Reply

Your email address will not be published.