Alida en Susanna Du Plessis

Alida en Susanna Du Plessis

Susanna du Plessis. Het is een naam die in het collectieve Surinaamse geheugen gebeiteld staat. Ze was plantage-eigenaar, van “goede huize”. Maar volgens de overlevering was ze ook eindeloos wreed.

We gaan het hebben over Susanna, maar vooral over een meisje dat later de naam Alida krijgt. Of Alida echt heeft bestaan, weten we niet helemaal zeker, maar daarover straks meer.

Suriname, 18e eeuw

In het Suriname van de achttiende eeuw draaien de plantages op volle toeren. Koffie, cacao en suiker komen uit Suriname en het goud dat dat oplevert, stroomt naar Amsterdam. Naar de grachten en de koopmansbeurzen.

Ergens op een van de Surinaamse plantages werkt een jong meisje. Ze is mulat, zoals dat wordt genoemd. Wat betekent dat ze gemixt is. Haar vader is waarschijnlijk wit, haar moeder zwart en tot slaaf gemaakt.

Kinderen krijgen de status van de moeder, dus zij is als bezit geboren.

In de oudste versies van dit verhaal heeft ze overigens geen naam. Ze is gewoon “het mulattenmeisje.”

Ze werkt niet op het veld, maar in het huis. En dat is qua fysiek werk misschien lichter, maar het betekent ook dat er geen afstand is tussen haar en de mensen die macht over haar hebben.

De man des huizes is Frederik Cornelis Stolkert.

Frederik

Frederik is niet zomaar een planter. Hij is raadsheer van politie en justitie.

Hij is dus een belangrijk onderdeel van het systeem dat bepaalt wat strafbaar is en wat niet. Oftewel, Een machtige man in het Suriname van toen.

Samen met zijn broers bezit hij meerdere plantages langs de Commewijne. En hij is getrouwd met Susanna, die acht jaar ouder is dan hij.

Volgens het verhaal heeft Frederik een oog op het tot slaaf gemaakte meisje.

Rare regels

Huisslavinnen dragen in die tijd vaak alleen een omslagdoek om hun heupen en hun bovenlijf is bloot. Dat is eigenlijk best apart.

Ja, deels is het omdat dat normaal was in de Afrikaanse culturen waaruit zij gestolen waren.

Maar de Nederlanders in Suriname hadden zeer gedetailleerde wetten met betrekking tot wat tot slaaf gemaakten wel en niet mochten, inclusief qua kleding.

En de Nederlanders in de 18e eeuw, waren ernstig preuts. De Hollandse vrouwen bedekten zichzelf tot aan de nek. Maar op de een of andere manier, vonden de mannen het oke, als de tot slaaf gemaakten ontbloot door het huis liepen.

Apart toch….

De jaloerse vrouw

Frederik kijkt elke dag gefascineerd naar het meisje. Wanneer ze aan tafel bedient, wanneer ze door het huis loopt. Hij kijkt naar haar borsten en hij doet weinig moeite om dat te verbergen.

Susanna ziet het en het maakt haar woest van jaloezie.

Op een dag, wanneer Frederik niet thuis is, roept ze het meisje bij zich. Ze wacht haar op met een mes, overmeestert haar en snijdt haar beide borsten af.

En het wordt nog erger. Ze stooft de borsten in een pan en bereidt ze. Vraag me niet precies hoe. Ik heb geen idee.

Maar wanneer Frederik thuiskomt, staat er een dekschaal voor hem klaar. Hij tilt het deksel op om te zien wat de pot schaft…. En dan ziet hij wat eronder ligt.

“Je wilde de borsten van Alida,” zegt Susanna. “Nou, hier heb je ze dan.”

Het meisje sterft, ze bloedt dood na het geweld. De naam Alida krijgt ze pas later, wanneer het verhaal in Surinaamse orale traditie wordt herverteld.

De schot die het opschreef

De eerste geschreven versie van dit verhaal komt van een Schots-Nederlandse militair: John Gabriel Stedman. Hij was in de jaren rond 1770 in Suriname om opstanden van gevluchte tot slaaf gemaakten neer te slaan.

Na zijn terugkeer schreef hij een boek over zijn jaren daar. Dat boek werd in Europa beroemd. Het werd gedrukt in Londen en werd gezien als een schokkend inkijkje in de koloniën.

In dat boek beschrijft Stedman een verhaal over een jaloerse meesteres die een tot slaaf gemaakt meisje negen of tien keer in de borst zou hebben gestoken. Hij noemt geen volledige namen en de naam Alida komt in zijn boek helemaal niet voor. Hij spreekt over een mulatten meisje en “Mrs. S.”

Belangrijk: Stedman was geen objectieve journalist. Zijn manuscript is door uitgevers aangepast. En sommige passages zijn verzacht en andere juist weer aangedikt. Er bestaan dan ook verschillende edities met verschillen in toon en detail. Het boek werd een commercieel product en Sensatie verkocht natuurlijk extra goed.

Maar juist dát maakt het interessant.

Ergens ter wereld

Of elk detail precies zo is gebeurd, zullen we nooit tot op de centimeter kunnen reconstrueren. Maar de vraag is of dat nou echt uitmaakt.

Want wat wordt beschreven, gebeurde namelijk structureel. Misschien niet met een meisje dat specifiek Alida heette. Maar met meisjes zoals Alida.

Elk element in dit verhaal (hoe gruwelijk ook) is gedocumenteerd in de slavernijgeschiedenis.

Margaret Atwood (de schrijver van The Handmaid’s Tale, een roman over een toekomst waarin vrouwenlichamen bezit zijn van de staat) zei ooit dat ze in dat boek niets heeft verzonnen. Alles wat erin staat, is ergens ter wereld al met vrouwen gebeurd.

Dat geldt hier ook.

Het verhaal van Alida is niet uitzonderlijk omdat het gruwelijk is. Het is extra gruwelijk  omdat het een wijdverbreide en geinstitutionaliseerde realiteit was.

Alida blijft waar anderen verdwenen

Alida start naamloos, ze is “het mulattenmeisje” En dat is tekenend. In de plantage-administratie werden mensen vastgelegd als bezit. Ze waren nummers en bedragen, op de administratie. Maar een naam verandert dat. Het maakt van een nummer, een mens.

En misschien is dat ook een van de redenen waarom dit specifieke verhaal is blijven hangen.

Dat heeft waarschijnlijk meerdere redenen.

Ten eerste was Susanna geen anonieme planter. Ze was onderdeel van de koloniale elite in Paramaribo. Haar naam stond in officiële documenten, en daarmee was ze zichtbaar en vastgelegd in de archieven.

Daarnaast is het verhaal zelf uitzonderlijk beeldend. Het beschrijft niet alleen geweld, maar een concrete situatie in een huishouden. Een daad die je voor je kunt zien.

Orale traditie werkt nu eenmaal zo: wat je kunt zien en navertellen, blijft makkelijker bestaan dan abstracte beschrijvingen van structureel misbruik.

En er is nog een laag die niet onbelangrijk is.

“Normaal”

Ten tijde van de slavernij was mannelijk seksueel geweld tegen tot slaaf gemaakte vrouwen structureel. Dat is uitgebreid vastgelegd.

Het was ingebed in de machtsverhoudingen van het systeem. Een planter die zich toegang verschafte tot het lichaam van een tot slaaf gemaakte vrouw, werd zelden vervolgd. Het werd gezien als normaal onderdeel van eigenaarschap.

Dat betekent dat wat Frederik volgens het verhaal doet, binnen dat systeem niet uitzonderlijk was.

Wat wél uitzonderlijk is in het verhaal, is dat de meesteres zelf het geweld uitvoert. Dat zij de grens overschrijdt van toeschouwer of jaloerse echtgenote naar actieve dader van extreme verminking. Dat maakt het verhaal voor het publiek van toen dramatischer en schokkender.

En juist dat soort afwijking van wat “normaal” was, wordt onthouden en doorverteld.

Het systeem krijgt daardoor een gezicht. In plaats van een abstracte structuur van wetten en plantage-economie, krijgt het een naam en een scène.

Het verhaal bestond al

Dan is er nog de vraag hoe Stedman zich daartoe verhoudt. Hij schrijft het verhaal op in zijn boek, bedoeld voor een Europees publiek. Maar hij presenteert het niet als iets wat hij zelf heeft gezien. Hij noteert wat hij heeft gehoord. Dat suggereert dat het verhaal al circuleerde in de kolonie voordat het op papier kwam te staan.

Zijn boek is dus geen beginpunt van het verhaal, maar een schriftelijke momentopname ervan.

Met andere woorden: dit is niet simpelweg een sensatieverhaal dat vanuit Londen terug naar Suriname is geïmporteerd. Het is een verhaal dat in Suriname zelf betekenis heeft gekregen en daar is blijven leven.

Is het precies gegaan zoals in het verhaal? Who knows,  maar de wereld waarin dit verhaal zich afspeelt, is gedocumenteerd. En binnen die wereld was dit soort geweld helaas realiteit.

Suriname haalt Alida terug

Het verhaal over Alida, blijft niet alleen in de overlevering hangen. De naam Alida verschijnt in de twintigste eeuw in Surinaamse literatuur.

En Alida wordt nu elk jaar herinnerd.

Op 30 juni, de avond vóór Keti Koti, wordt in Suriname de Miss Alida-verkiezing gehouden. Het is geen schoonheidswedstrijd in de klassieke zin. En het gaat niet om wie het mooist loopt of lacht.

De deelnemers dragen koto, verdiepen zich in de geschiedenis van zwarte vrouwen in Suriname, vertellen verhalen, ontwerpen of schrijven een credo. Ze moeten laten zien dat ze weten waar ze vandaan komen..

Het is een mooie manier om geschiedenis levend te houden. Om dat wat er met vrouwen in dit systeem is gebeurd, niet weg te stoppen achter cijfers en plantagestatistieken.

In de oudste versies van de vertelling heeft ze geen naam. Ze is “het mulattenmeisje”.

Nu wordt haar naam elk jaar hardop uitgesproken.

Alida.