Ik zit op de voorste rij in de zaal van het Bijlmer Parktheater. Terwijl het licht langzaam dimt, voel ik het gebruikelijk ongemak dat theater bij me oproept. Het is een soort pre-cringe die niks te maken heeft met de voorstelling of acteurs, maar met mij.
Het is niet dat ik verwacht dat het slecht wordt, maar omdat theater zo direct is. Geen montage of tweede kans. Als iets niet landt, dan landt het niet en als je je tekst vergeet, dan heb je pech. En dan moeten wij dat meemaken, met z’n allen, live.
Waarom zit je dan in het theater, vraag je je nu af. En dat is een goede vraag punt nl.
De afgelopen weken heb ik een serie gemaakt over Fascinerende Vrouwen. Een serie verhalen over sterke en interessante vrouwen van vroeger en nu. Naar aanleiding daarvan, kreeg ik een kaartje voor deze voorstelling cadeau.
House on the wind
House on the Wind is de naam van het stuk dat zich afspeelt op Curaçao in de jaren ‘60 en gaat over twee broers die in een schuurtje zelf raketbrandstof ontwikkelen. Ze doen dat in een geïmproviseerd laboratorium en gebruiken oude spullen van Shell.
De broers raken tijdens de voorstelling grote thema’s zoals klimaatverandering (en wat dat betekent voor de eilanden), politieke spanningen, de rol van de grootmachten, maar ook hun eigen dromen, ambities en ideeën over zichzelf.
En…het is afrofuturisme.
Het is wat?
Wist ik wat dat is? Nee kind dat wist ik niet. Maar nu ik het wel weet, ben ik gefascineerd.
Afrofuturisme gebruikt verbeelding en toekomstdenken om zwarte en diasporische ervaringen niet alleen vanuit koloniale geschiedenis te bekijken. Maar vanuit de vraag: wat bouwen wij zelf?
Google vertelt mij dat Wakanda uit Black Panther Afrofuturism is en de boeken van Octavia Butler (bijv. Parable of the sower, die ik toevallig nét uit heb).
Als scifi lover, ben ik direct verkocht.
Ondanks mijn pre-cringe zit ik dus verwachtingsvol in de zaal.
Een veilig lijf
En ergens in de eerste paar minuten al, relaxt mijn lijf, zakken mijn schouders en ben ik samen met de acteurs op reis.
Maar eerlijk: ik kan ook niet anders dan meereizen, want Jörgen Gario en Michael Wanga nemen ons – het publiek – expliciet mee. Ze maken oogcontact, spreken ons direct aan, stellen vragen en die zijn weliswaar retorisch, maar het maakt mij onderdeel van het podium en soms medeplichtig.
Het voelt intiem. Extra omdat ze ervoor hebben gekozen om de dialogen regelmatig eerst in het papiamento uit te spreken en dan pas te vertalen naar het Nederlands. Maar de intimiteit zit niet zozeer in het gebruik van de taal die voor mij óók thuis is, maar in de kleine stukjes die ze niet vertalen.
Die paar momenten voelen tegelijk vanzelfsprekend, natuurlijk begrijp ik Papiamento, maar ook bijzonder. Want ik woon en werk nou eenmaal niet in een land waar Papiamento de regel is, maar de uitzondering. En dat is in deze ruimte anders. Zonder dat iemand wordt buitengesloten. De shift is op de een of andere manier subtiel, maar ook heel voelbaar: ik ben even niet de minderheid, maar de doelgroep.
En zoals ik in mijn marketing-werk vaak aan klanten moet uitleggen, betekent het kiezen van een doelgroep niet, dat je andere mensen uitsluit, maar enkel dat je focus kiest.
Je moet vloeibaar zijn
Wie een “migratie-achtergrond” (buitenlander > allochtoon > migranten > nieuwe Nederlander) weet dat er meerdere talen zijn die je vloeibaar moet spreken. Linguïstisch, maar ook sociaal. Waarom is je haar zo, waarom is je cultuur zo, waarom is je eten zo, waarom is je regel zo, waarom, waarom, vaak binnen elk van de culturen waar je onderdeel van bent.
Ook als de vraag niet expliciet wordt gesteld, bestaat het impliciet. Jij bestaat, impliciet in relatie tot een norm, die van je vraagt om jezelf te vertalen.
Dat is overigens geen klacht. Al is er genoeg kritiek te hebben. Maar het is ook gewoon hoe het is. In mijn stoel op de voorste rij, valt dat even weg en dat voelt rustig. Wat me overigens doet realiseren hoeveel energie dat “vertalen” eigenlijk vaak kost.
Er is meer dat me opvalt. Bijvoorbeeld het Nederlands. Het is het type Nederlands dat wordt gesproken in culturele instellingen, beleidsstukken en bestuurkamers. Voor de duidelijkheid, ook door Arubanen en Antillianen, maar het lijkt soms, door specifieke woordkeuzes niet helemaal te passen bij dit verhaal.
De muziek is mooi: gelaagd, soms meditatief, soms somber. Er zit dezelfde melancholie in die onder het verhaal door stroomt. Maar de Caribische link verlies ik in de muzikale aankleding licht.
En als je thematisch sterk verankerd bent in het Caribisch gebied, in Curaçao, in de geschiedenis van extractie, in klimaatgevolgen die specifiek eilanden treffen, dan zijn muzikale keuzes toch ook betekenisvol.
Het stuk beweegt daardoor nog meer tussen werelden en klinkt niet volledig Caribisch en ook niet volledig Europees. Wat ergens wel klopt eigenlijk. Want dat is de positie van de diaspora: tussen werelden in.
Afrofuturisme & me
Deze voorstelling mijmert over een geschiedenis waarin twee jongens het onmogelijke doen. En het gebruikt dát verhaal om te duiden hoe de werkelijke geschiedenis eruit zag en licht een tipje van de sluier op en laat zien hoe verschillende mensen, verschillend kijken, naar dezelfde Caribische omstandigheden.
Een deel van mij wil roepen: neeee, doe helemáál scifi. Laat los wat er écht is gebeurd en maak een verhaal waarin koloniale tijden helemaal niet hebben bestaan. Want bestaan we niet al genoeg in relatie tot dat verhaal?
Een ander deel van mij, schudt het hoofd naar dat eerste deel. Want House on the Wind vertelt een verhaal dat er ook is en moet zijn.
Beide mogen er zijn. Futurisme dat meeneemt wat er echt gebeurd is en een eigen twist introduceert. Maar ook futurisme dat de geschiedenis verwerpt en een volledig eigen spoor creëert.
De kracht van de diaspora is het vermogen om meerdere realiteitsbeelden tegelijkertijd te dragen en erbinnen te bewegen. In House on the Wind, laten de mannen dat in elke laag van de voorstelling zien, voelen en horen. Hun verhaal is mijn verhaal, mijn verhaal is tegelijkertijd compleet anders, maar dat kan er allemaal zijn, in dat theater, op de voorste rij.
Het mijmeren gaat nog even door
Na de voorstelling, is er naast een staande ovatie ook pastechi. Ik dwing mezelf om er niet meer dan één te pakken, maar gemakkelijk is dat niet.
Eenmaal thuis, denk ik nog lang na. Over taal en thuis voelen. Over gezien worden en focus tegenover het bestaan als Tropisch decor. House on the Wind is niet alleen een mooie voorstelling, met twee zeer charismatische acteurs (die mijn pre-cringe wisten te weggen), maar het laat je mijmeren over de grote dingen: identiteit, veiligheid, macht, reactiviteit. Ik ben nog lang niet uitgemijmerd en ik denk dat een avond theater precies dat met je moet doen.
Meer informatie over House On the Wind
Don’t stress….it’s just me!
I’ve spent over 25 years working in content strategy and digital transformation, which means I’ve seen enough technology hype cycles to be skeptical and enough genuine innovation to stay curious.
Want to talk shop? Do get in touch!
I have a newsletter and it's bearable. Subscribe to read my (Gen)AI articles!
