Mariana Franko

Weet je wat mensen vaak niet weten over Sint-Eustatius?  Dat het ooit het drukste stukje rots in de Atlantische wereld was. Statia is dan wel een klein eiland, Maar het was ooit een cruciaal knooppunt.

De haven ligt dan met vol schepen. Van Britse handelaren, Franse kapiteins en kolonisten uit Noord-Amerika. Zelfs landen die eigenlijk vijanden zijn, handelen op Sint Eustatius naast elkaar. Want ja geld spreekt nu eenmaal luider dan oorlog.

Op Sint-Eustatius worden bijna geen invoerrechten geheven, wat Statia in de tweede helft van de 18e eeuw een vrijhaven maakt. Als je de regels wil omzeilen, wapens nodig hebt, suiker wil doorverkopen zonder tussenkomst van de kroon……dan ga je naar Statia.

De geur van handel

Op het eiland staan dan langs de kade de pakhuizen zo dicht op elkaar dat je van het ene naar het andere dak kan stappen. En in die pakhuizen ligt koopwaar suiker, koffie en cacao, textiel uit Europa en wapens en buskruit.  En tussen al die goederen worden ook mensen verhandeld. De Afrikanen die de overtocht overleven, worden in statia opnieuw geteld, zodat ze kunnen worden doorverkocht en doorgestuurd naar andere eilanden.

Sint-Eustatius is geen plantage-eiland zoals andere eilanden in de Cariben. Het is een doorvoerhaven enn daarmee een hele bedrijvige plek. Overdag hoor je het geschreeuw van sjouwers. En ’s Nachts zijn de straten van smokkelaars. Kapiteins die net iets meer lossen dan ze administreren. Het eiland ruikt in de 18e eeuw naar zout, melasse, nat touw en kruit.

En uitkijkend op dat alles staat Fort Oranje, met de kanonnen gericht op zee. Want wie rijk wordt van handel, wordt ook kwetsbaar voor rovers en moet zichzelf kunnen verdedigen.

In sommige jaren leggen duizenden schepen aan in de haven. Voor een eiland van nog geen paar duizend inwoners is dat bizar veel.

Internationale faam

En ook op het wereldtoneel is Sint Eustasius een belangrijk eiland.  Tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd worden via Sint-Eustatius wapens en buskruit doorverkocht aan de opstandelingen in Amerika.

In 1776 vaart een Amerikaans schip de haven binnen met de nieuwe Amerikaanse vlag. Fort Oranje vuurt een saluut terug. Volgens de gebruiken op zee is dat een erkenning van de vlag. Statia is daarmee de eerste die de vlag erkent. En hoewel het geen officiële waarde heeft, het is gewoon een vriendelijke gewoontegroet, neemt het eiland hiermee positie in wat dan een wereldconflict is. Groot-Brittannië ziet het dan ook als steun voor de rebellen.

Statia wordt later The Golden Rock genoemd. Niet omdat er goud in de grond zat. Maar omdat er goud doorheen stroomde in de vorm van handel.

Dat is de schaal van Sint Eustatsius.

En in die wereld, tussen pakhuizen en handelsboeken, wordt in juli  van 1718 een meisje geboren. Ze wordt geboren als tot slaaf gemaakte.

We gaan het hebben over Mariana Franko.

Mariana

Haar moeder heet Christina en haar vader wordt in de archieven genoemd als Franko. Meer weten we niet over haar ouders.

In 1725 (ze is dan 7) wordt Mariana vrijgemaakt. Dat weten we omdat het wordt vastgelegd bij haar doop in de Nederduits-gereformeerde kerk.

In de Cariben van de achttiende eeuw gebeurt het vrijmaken van kinderen soms omdat een moeder geld bij elkaar weet te sprokkelen en haar eigen kind vrijkoopt. Soms gebeurt het omdat een eigenaar een kind vrijlaat dat biologisch van hem is.  Soms wordt een kind vrijgemaakt via een testament, wanneer een eigenaar bepaald heeft dat het vrij moet zijn, na zijn dood. En soms speelt het geloof een rol als de eigenaar gelooft dat het vrijlaten goed is voor zijn ziel.

De taal van macht

Wat de reden in haar geval is geweest, weten we niet, maar doordat ze vrij is, leert ze lezen en schrijven. En op een eiland dat draait op handel en dus op contracten administratie en registers, is dat een belangrijk detail. Geletterdheid betekent toegang tot de taal die de macht spreekt.

Mariana blijft niet op Sint-Eustatius. Zoals veel anderen in die tijd, vertrekt ze naar Curacao. En Curaçao is heel anders dan Statia. Waar Sint-Eustatius een vrijhaven is, is Curaçao het bestuurscentrum, want Hier zit het gezag. Hier worden besluiten genomen. Hier worden mensen niet alleen verhandeld, maar ook geregistreerd en belast.

Curaçao is in deze tijd een belangrijk knooppunt in de slavenhandel van de Nederlanders. Mensen worden uit West-Afrika meegenomen, op Curacao gehouden of verhandeld en verder verspreid over de plantages in de regio.

De hiërarchie op Curacao is zeer scherp getekend.

De volgorde is:

Wit en man, staat bovenaan.
Wit en vrouw, daaronder
Tot slaaf gemaakte mensen onderaan.

Mariana beweegt als vrije zwarte vrouw, precies tussen die lagen.

Op Curacao

Ze werkt op plantage Zorgvliet, net buiten Willemstad. Daar werkt ze niet in het veld, maar houdt ze de administratie bij. Ze noteert veranderingen in vee, ze registreert opbrengsten van goederen die in de stad worden verkocht en ze houdt toezicht op de tot slaaf gemaakte kinderen van de plantage.

Ze leeft samen met Pedro Anthonij, een tot slaaf gemaakte opzichter. Hun relatie wordt in de archieven omschreven in taal die duidelijk maakt hoe de koloniale overheid naar hen kijkt. Hij wordt aangeduid als haar “boel”, haar buitenechtelijke partner. En zij als zijn “hoer”.

In 1758 verandert haar leven volledig.

Valselijk beschuldigd

Op plantage Zorgvliet vindt een diefstal plaats. In de archieven gaat het over handelswaar. Mariana’s man, Pedro, wordt verdacht van de diefstal en gearresteerd. Niet lang daarna wordt ook Mariana opgepakt.

Tijdens de verhoren bekent Pedro eerst. Later trekt hij zijn bekentenis weer in. Mariana bekent niet. En er worden ook geen gestolen goederen bij haar aangetroffen: geen verborgen voorraden of een zak geld.

Een witte opzichter verklaart dat hij de enige is met de sleutels van de opslagplaatsen. Dat het voor Pedro en Mariana vrijwel onmogelijk is om zonder zijn medeweten goederen te verwijderen.

Maar dat verandert niks

De rechtbank vertrouwt op verklaringen die haar belasten en redeneert dat ze de goederen kan hebben verborgen of naar St. Eustatius heeft verscheept.

Maar bewijs hebben ze niet, dus zoeken ze ze naar een motief. Ze ontdekken dat Mariana geld stuurt naar Sint-Eustatius, naar een witte man met wie ze wil trouwen. Voor de rechters is dat genoeg: een zwarte vrouw met ambities? Die moet wel een dief zijn.

Mariana moet zitten. Niet een paar maanden, maar bijna twee jaar. In 1760 valt dan eindelijk het vonnis. Pedro wordt publiekelijk gegeseld en vervolgens als slaaf verkocht naar een andere kolonie.

Mariana…. wordt eeuwig verbannen van Curaçao.

Haar bezittingen worden in beslag genomen en openbaar verkocht. Alles wat zij heeft opgebouwd, is ze kwijt. Ze wordt direct op een schip gezet. Niet terug naar Sint-Eustatius, maar Naar Jamaica.

Jamaica is Een Brits eiland. En voor Mariana een onbekende kolonie. Ze kent er niemand, niemand kent haar en ze heeft er niks opgebouwd.

Ze schrijft

Maar Mariana legt zich niet zomaar neer bij haar verbanning. Ze pakt een pen en begint met het schrijven van brieven.

Ze zoekt iemand die haar zaak wil zien als meer dan “een vrouw die lastig is”. Iemand die de context kent van Curaçao, van de Raad en van wat het vonnis betekent.

Het kost veel tijd. Niet omdat ze sloom is, maar omdat alles per schip gaat en brieven dus ook.

Maar dan uiteindelijk komt er een opening. In Europa.

Ze maakt de oversteek en in 1764 gaat ze aan wal in Amsterdam.

De geur van Europa

Een stad vol grachten, koopmanshuizen en pakhuizen die rijk is geworden van de Atlantische handel die de cariben dan kenmerkt. De lucht ruikt hier niet naar melasse en kruit, maar naar natte steen en turfrook.

Van Amsterdam gaat ze naar Den Haag. De plek waar besluiten worden genomen over koloniën die duizenden kilometers verderop liggen. Vanuit deze stad wordt Curaçao bestuurd.

Een zwarte vrouw, geboren als slaaf op Sint-Eustatius, staat nu in de stad die haar verbanning heeft bekrachtigd.

Ze vindt een procureur die haar zaak officieel wil indienen. Want ze wil herziening van haar zaak. Dat haar veroordeling wordt vernietigd en haar bezittingen worden teruggegeven. Dat het onrecht dat haar is aangedaan, wordt erkend.

Het duurt jaren.

Lange adem

Brieven gaan heen en weer tussen den Haag en Curaçao. Adviezen worden ingewonnen en Het dossier groeit. Elke brief moet weer per schip en Elk antwoord kost dus maanden. Mariana blijft in Nederland terwijl haar zaak wordt bekeken.

In 1767 besluiten de Staten-Generaal dan eindelijk dat haar zaak opnieuw onderzocht moet worden. Het duurt vijf lange jaren, tot er eindelijk een besluit is: het vonnis van Curaçao wordt vernietigd.

De hoogste politieke instantie van de Republiek erkent dat de veroordeling niet klopt. Formeel is Mariana dan eindelijk gerehabiliteerd.

Nog weer jaren later wordt er geld overgemaakt als compensatie voor wat haar is afgenomen. Maar tegen de tijd dat het bedrag aankomt, staan schuldeisers klaar om dat op te eisen.

Wat zij terugkrijgt, is uiteindelijk zeer beperkt. Maar wat zij juridisch afdwingt, is zeer groot. Ze krijgt haar goede naam terug en wint een strijd die op alle fronten in haar nadeel is.

Sterven in vrijheid

Na haar overwinning verdwijnt ze uit de archieven. We weten niet hoe haar leven verder verliep en hoe het eindigde.

Ze werd geboren als tot slaaf gemaakte maar ze stierf als vrije vrouw.

Haar naam was Mariana Franko.

Terug naar de Verhalen