Philomena Essed

“Waar kom je écht vandaan?”

Philomena Essed hoort die vraag haar hele leven. Niet één keer, maar steeds opnieuw: op school, in gesprekken en later ook op haar werk.

Het lijkt een onschuldige vraag. Maar wie hem vaak krijgt, merkt dat er iets onder ligt. De suggestie dat je hier eigenlijk niet helemaal hoort.

In 1984 besluit Essed die ervaring niet alleen te ondergaan, maar te onderzoeken. Ze schrijft er een boek over.

Nederland reageert fel.

Opgroeien tussen Suriname en Nederland

Philomena Essed wordt in 1955 geboren in Utrecht, in een Surinaams gezin. Haar vader, Max Essed, is kinderarts. Haar moeder, Ine Corsten, is actief in de katholieke gemeenschap en staat bekend om haar sterke gevoel voor rechtvaardigheid.

Tijdens haar jeugd reist het gezin regelmatig tussen Nederland en Suriname. Daardoor groeit Philomena op met twee verschillende werelden, met elk hun eigen sociale verhoudingen en verwachtingen.

Wanneer ze veertien jaar is, vestigt het gezin zich definitief in Nederland, in Nijmegen.

In 1974 verhuist Essed naar Amsterdam. Daar gaat ze culturele antropologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam.

Luisteren naar ervaringen

Tijdens haar studie begint Essed iets op te merken dat veel witte Nederlanders in die tijd niet zien, of misschien niet willen zien.

Racisme verschijnt zelden als één grote gebeurtenis. Het zit vaker in kleine momenten.

  • Een docent die anders reageert op dezelfde prestatie, afhankelijk van wie die levert.
  • Een werkgever die twijfelt aan de competentie van iemand uit de voormalige koloniën.
  • De verrassing wanneer iemand zegt dat je “zo goed Nederlands spreekt”.
  • Een collega die zonder te vragen aan je haar zit.

Op zichzelf lijken zulke momenten klein. Maar wanneer ze zich blijven herhalen, ontstaat er een patroon.

Essed besluit dat patroon te onderzoeken.

Van Californië naar Nederland

In 1981 reist ze naar de Bay Area in Californië. Daar spreekt ze met Afro-Amerikaanse vrouwen over hun ervaringen in het dagelijks leven.

Niet alleen over grote incidenten, maar juist over de kleine situaties die steeds terugkomen.

Wanneer ze terugkomt in Nederland, doet ze iets vergelijkbaars. Ze interviewt Surinaamse vrouwen over hun ervaringen.

Wat zij beschrijven zijn geen losse voorvallen. Het zijn ervaringen die zich blijven herhalen in alledaagse situaties.

Alledaags racisme

In 1984 publiceert Essed haar bevindingen in het boek Alledaags racisme. Het eerste exemplaar wordt aangeboden aan prinses Irene. Bij die gelegenheid zegt de prinses iets dat veel mensen verrast: racisme is niet het probleem van zwarte mensen, maar van witte mensen.

Het boek trekt meteen veel aandacht.

Niet omdat Essed beweert dat racisme bestaat, maar omdat ze laat zien hoe het werkt in het dagelijks leven. Niet alleen bij extremisten en niet alleen in andere landen, maar ook in Nederland, in gewone gesprekken en alledaagse situaties.

Essed laat zien dat racisme niet alleen zichtbaar wordt in grote incidenten. Het zit ook in routines, verwachtingen en kleine interacties die zich steeds opnieuw voordoen.

Een fel debat

De reacties laten niet lang op zich wachten.

Sociologe en journaliste Emma Brunt schrijft dat Essed vooral subjectieve indrukken zou verzamelen. NRC-redacteur Hans Moll noemt haar begrippen vaag en haar conclusies onhoudbaar.

De discussie moet ook worden gezien in de context van de jaren tachtig. Nederland ziet zichzelf in die periode graag als een tolerant land waarin racisme vooral een probleem van andere samenlevingen is. Esseds analyse stelt dat zelfbeeld ter discussie.

De kritiek is scherp. Tegelijkertijd blijft één begrip hangen: alledaags racisme.

Langzaam wordt het overgenomen. Eerst door activisten, daarna door wetenschappers, docenten en beleidsmakers.

Wetenschappelijke loopbaan

In 1990 promoveert Essed cum laude op haar proefschrift Understanding Everyday Racism, waarin zij haar onderzoek verder uitwerkt.

Een jaar later verschijnt de Nederlandse handelseditie: Inzicht in alledaags racisme.

Essed werkt jarenlang aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast neemt zij deel aan verschillende commissies en adviesorganen. Van 2004 tot 2016 is zij plaatsvervangend lid van het College voor de Rechten van de Mens.

Haar werk krijgt ook internationaal aandacht. Ze doceert en onderzoekt aan universiteiten in verschillende landen en werkt onder meer als visiting professor in de Verenigde Staten.

In haar latere werk introduceert zij nieuwe begrippen. Zo beschrijft gendered racism hoe racisme en seksisme elkaar kunnen versterken. Met entitlement racism analyseert zij situaties waarin leden van een meerderheidsgroep zich gerechtigd voelen hun eigen normen en tradities boven die van anderen te plaatsen.

Internationale invloed

Esseds werk wordt vertaald in verschillende talen en gebruikt in onderzoek en onderwijs in landen over de hele wereld.

Ze spreekt voor internationale organisaties en parlementen en ontvangt verschillende onderscheidingen. In 2011 wordt zij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Ook ontvangt zij eredoctoraten van de Universiteit van Pretoria en de Universiteit van Umeå.

Nieuwe debatten

In 2014 verschijnt Dutch Racism, een bundel waarin Essed en andere onderzoekers kijken naar de specifieke vormen die racisme in Nederland kan aannemen.

Daarin beschrijven zij hoe discussies over nationale identiteit, traditie en vrijheid van meningsuiting een rol spelen in hedendaagse maatschappelijke debatten.

Een begrip dat blijft

In 2023 verschijnt de documentaire Everyday Dignity, geregisseerd door Ida Does. In de film kijkt Essed terug op haar werk en de reacties die het opriep.

Veertig jaar na Alledaags racisme blijkt dat het begrip dat zij introduceerde nog steeds wordt gebruikt in discussies, in onderzoek en in onderwijs en beleid.

Philomena Essed gaf woorden aan ervaringen die veel mensen al herkenden, maar moeilijk konden benoemen.

Met het begrip alledaags racisme veranderde ze hoe racisme in Nederland wordt onderzocht, besproken en begrepen.

Terug naar de Verhalen

 

Suriname | Racisme| Vrouwen