Sophie Redmond

Sophie loopt op een zonnige ochtend in 1935 de Geneeskundige School uit met haar diploma in haar hand. Ondanks dat haar docenten haar tegenwerken, is het haar gelukt.

Ze is dan 28 jaar oud en de vijfde vrouw ooit die in Paramaribo afstudeert. Én ze is de eerste vrouw met een zwarte huid die dat doet.

We gaan het hebben over Dokter Sophie Redmond.

Dit verhaal speelt zich af in Paramaribo. De hoofdstad van Suriname ligt aan de monding van de Surinamerivier. De stad bestaat uit brede straten, houten huizen, een haven en een hiërarchie die je niet direct ziet maar overal voelt.

Suriname is in 1935 namelijk nog altijd een Nederlandse kolonie. En slavernij is dan wel officieel afgeschaft in 1863, zeventig jaar eerder dus, maar de systemen waarop de slavernij floreerde staan nog stevig overeind.

Kleur en klasse lopen in het Suriname van de jaren 30 van de vorige eeuw synchroon. Hoe lichter je huid, hoe meer deuren voor je open gaan.

Sophie heeft een zeer donkere huid. En dat is precies waarom de directeur van de Geneeskundige School haar in 1925 weigert in te schrijven.

Het is niet omdat ze een vrouw is. Eerder haalde al een Joodse vrouw heeft haar diploma en ook een andere vrouw van Afro-Surinaamse afkomst doorliep de opleiding. Maar zij had een lichtgekleurde huid. Volgens de overlevering zegt het hoofd Dokter Flu letterlijk tegen Sophie: “Nee hoor, een negerinnetje op de Geneeskundige School? Daar komt niets van in.”

Sophie weigert dat te accepteren en zet door.

De schooldirecteur is overigens niet de enige die haar probeert tegen te houden.

Haar vader is onderwijzer en Later ook schoolhoofd. Hij is een gerespecteerd man in de Evangelische Broedergemeente wat de grootste Creoolse volkskerk is van Suriname.
En hij wil dat zijn dochter óók voor de klas gaat staan. Want dat is het hoogst haalbare voor een donkere vrouw in die tijd.

Maar Sophie wil arts worden.

Dat conflict wordt een terugkerend patroon in haar leven. Keer op keer botst ze met de verwachtingen waarmee anderen haar willen begrenzen en ze wijkt geen millimeter.

Binnen een maand na haar afstuderen opent Sophie een eigen praktijk. En daar aan de behandelt ze iedereen. Ook wie niet kan betalen.

De mensen noemen haar datra fu pôtisma. Dokter van de armen.

Maar haar spreekuur gaat verder dan koorts en wonden. Mensen brengen bij haar wat ze nergens anders kwijt kunnen: huwelijksproblemen, schulden en kinderen die niet luisteren. Ze wordt een soort raadgeefster voor mensen die door het systeem worden buitengesloten en bij haar eindelijk iemand vinden die luistert.

in 1941 trouwt ze met Louis Emile Monkau, een man uit hetzelfde Creoolse milieu. Zij blijft werken onder haar meisjesnaam.

Eind jaren veertig krijgt ze een wekelijkse rubriek op de Surinaamse radio-omroep AVROS. Ze noemt het: Datra, mi wan’ aksi wan sani. Dokter, ik wil iets vragen.

Ze spreekt in haar programma Sranantongo. Dat is de Creoolse taal die de meeste mensen in Suriname spreken, maar die door de koloniale overheid als “negerengels” wordt beschouwd. Het is verboden op scholen, want men vindt het voor ongeletterden en iets om je voor te schamen.
Maar Sophie kiest er bewust voor om juist die taal te spreken.

Ze draagt ook bewust de koto, de traditionele Afro-Surinaamse klederdracht en ze organiseert demonstraties om andere vrouwen aan te moedigen hetzelfde te doen. Ze weigert geïmporteerd voedsel te kopen en eet uit principe lokale producten.

En ze doet onderzoek naar Surinaamse medicinale kruiden. Want ze gelooft in de wetenschappelijke basis van de Surinaamse oso dresi (huisremedies), wat haar een brugfiguur maakt tussen de westerse geneeskunde aan de ene kant en de Surinaamse geneeskunde aan de andere.

Dit is allemaal geen toeval, maar een weloverwogen strategie. In een samenleving die haar eigen cultuur heeft leren minachten, zegt Sophie met elk van haar keuzes eigenlijk: Wees trots op jezelf!

Naast dat alles schrijft ze ook nog toneelstukken en speelt er zelf in mee.

Kortom Sophie is druk en zichtbaar.

In 1948 krijgen vrouwen in Suriname voor het eerst stemrecht. In de aanloop naar de eerste algemene verkiezingen van 1949 speelt Sophie mee in Misi Jana e go na stembus. Mevrouw Jana gaat naar de stembus. Op humoritsiche wijze legt het stuk uit hoe stemmen precies werkt en waarom het belangrijk is.

Theater als volksonderwijs, radio als volksonderwijs, geneeskunde als volksonderwijs. Alles wat Sophie aanraakt, zet ze in als instrument.

In 1950 gaat ze nog een stap verder.

De NPS (de Nationale Partij Suriname), heeft dan de eerste verkiezingen gewonnen. Maar binnen een jaar valt dat kabinet en zijn er tussentijdse verkiezingen.

Sophie stelt zich kandidaat. Maar dat doet ze Onafhankelijk dus buiten de gevestigde partijen om.

De NPS is woedend. Zij vinden dat Sophie bij hen hoort. Ze is Creools én lid van de Broedergemeente, waarom sluit ze zich niet aan bij de NPS?

Sophie gaat haar eigen weg, maar de partij, die slaat terug.

Op straat klinken opeens liedjes over haar. Het zijn seksueel getinte en vernederende rijmpjes, Bedoeld om haar te kleineren. Om van de populaire dokter, een vrouw te maken die haar plek niet kent.

Sophie haalt bij de verkiezingen 5.289 stemmen en dat is niet genoeg.

Ze keert de politiek daarna voorgoed de rug toe. De lastercampagne heeft haar een afkeer gegeven van alles wat politiek is. Ze is dan 43 jaar oud en heeft nog maar vijf jaar te leven. Al weet ze dat dan natuurlijk nog niet.

In 1955 vergezelt Sophie haar vader naar een vergadering van grondeigenaren in Onoribo. Hij is niet meer sterk van gestel, maar ook Sophie’s gezondheid laat te wensen over.

Tijdens de vergadering wordt ze onwel. Ze sterft diezelfde dag in ‘s Lands Hospitaal in Paramaribo.

Het is dan 18 september 1955 en Sophie is 48 jaar oud.

Dertig jaar na haar dood wordt er een prijs naar haar vernoemd. In 2020 wordt er een plein naar haar vernoemd in Amsterdam en een herdenkingspaneel onthuld. In Paramaribo heet de straat waar ze woont naar haar en in het Academisch Ziekenhuis staat een buste.

Ze noemden haar datra fu pôtisma. Dokter van de armen. Ze behandelde wie niemand anders behandelde, ze sprak de taal die niemand durfde te spreken en ze droeg de kleding die haar mensen hadden geleerd om te verbergen.

Haar naam was Sophie Redmond.

 

Terug naar de Verhalen