More Reading

Post navigation

Brave new world: Werken in het 2.0 tijdperk - deel 2

In deel 1 hebben we het gehad over die veranderende wereld waarin on- en offline steeds meer in elkaar overlopen. We hebben het gehad over de nieuwe manier van communiceren waar we allen aan moeten wennen en waar we allemaal mee om moeten leren gaan. In deel 2 gaan we het hebben over hoe bedrijven om kunnen gaan met de online identiteit van hun medewerkers. Een kwestie waar veel bedrijven mee worstelen.

5 Comments

  • Dacht ik eerst, dit weet ik vast al, maar na het lezen ben ik toch weer op een paar ideeën gekomen. Zoals beginnen met een anekdote en geen papier in je handen als je handen trillen. Het helpt mij trouwens wel om íets in handen te hebben, anders weet ik me geen raad met die dingen. Ook bedenken wie je publiek is en wat hun probleem is, vind ik een goeie. Die neem ik mee voor volgende week ;-).

    Misschien nog een tip; visualiseren kan ook betekenen dat je een cool filmpje in je presentatie stopt, bijv. aan het begin; leuk voor je publiek en jij kunt even 'acclimatiseren'.

    Oefening baart trouwens kunst. Vroeger vond ik het behoorlijk eng, presentaties geven. Dan had ik de hele tekst op papier uitgeschreven en bijna uit mijn hoofd geleerd. Wat ik nu doe is een powerpoint maken en tijdens het maken krijg ik vanzelf in mijn hoofd wat ik wil zeggen. Dan print ik de powerpoint als handout (3 per pagina) zodat je naast elke dia nog iets kunt schrijven; enkele steekwoorden of feitjes die je wilt noemen. Werkt voor mij prima!

  • Leuke tips!

    Hierbij nog een paar aanvullingen:

    Begin je voorbereiding nooit in Powerpoint!

    Ik zie beginnende presentatoren (dit woord voelt niet goed) vaak beginnen met het openen van Powerpoint. Vervolgens zitten ze een beetje naar die eerste lege slide te kijken en hopen ze dat er een goed verhaal uit komt. Dat gaat natuurlijk niet werken.

    Het eerste deel van je voorbereiding moet zich afspelen in je hoofd met een kladblaadje, ver weg van je computer. Bedenk eerst je doel. Wat wil je dat de mensen in de zaal gaan doen na het horen van jouw verhaal? Schrijf dat doel nou eens in 1 zin op.

    Vervolgens moet je nadenken over de conclusie die je wilt gaan trekken om tot dat doel te komen. Want met die conclusie overtuig je je toehoorders. Schrijf dit ook eens in een paar zinnen op.

    Nu is het tijd om te bedenken welke informatie je moet overbrengen om tot die conclusie te komen. Dit is het brainstorm gedeelte, dus kies een methode die bij jou past. Voor sommige mensen is dat een mindmap, maar een lijstje met ideeën is ook prima. Sorteer, structureer, kras door, vul aan en verander tot je een lijstje hebt dat je tot die conclusie leidt.

    Tot slot moet je nog bedenken hoe je de aandacht pakt. Dat kan met open vragen of zoals hierboven beschreven met een anekdote.

    Nu mag je achter je computer kruipen voor deel 2 van je voorbereiding. Dit deel speelt zich af met behulp van Word. Waarom?
    Omdat je nog moet schuiven en structureren en herschrijven en aanpassen en in Powerpoint is dat veel lastiger dan in Word.

    Schijf de 4 onderdelen van deel 1 in omgekeerde volgorde uit in word. Begin dus met de aandachttrekker, daarna de informatie, de conclusie en tot slot je doel.

    Vervang je doel door een aansporing (dat is vaak de zelfde zin in een andere persoonsvorm).

    Nu heb je de structuur van je verhaal af en kun je gaan prutsen en tweaken tot je tevreden bent. Gebruik nummers om alvast aan te geven hoe je verhaal straks in slides komt te staan.

    Denk nu na over de visuals en voeg die als opmerkingen toe. "Hier plaatje van tevreden kijkende klant invoegen".

    Als je tevreden bent is het tijd voor deel 3, het omzetten in Powerpoint. Je wilt in Powerpoint niet te veel hoeven wijzigen, dus denk bij elke slide goed na en maak hem in 1 keer goed.

    Nu is je verhaal af en heb je deze omgezet tot een presentatie. Het is dus tijd voor deel 4, wat betekent dat je moet oefenen, nog een keer oefenen en nog een keer oefenen.

    Succes!

  • Interessant! Goede tips.

    Hoe gaan jullie om met het presenteren zelf, ongeacht je verhaal?

    Ik heb zelf altijd dat de eerste minuut het ergst is. Dan komt alle adrenaline van alle voorbereidingen en zenuwen er in een keer uit. Kom ik niet uit m'n woorden, word ik rood, dat soort onzin. Als ik daar eenmaal doorheen ben kan er niks meer mis gaan. Dus ik probeer het begin altijd zo quasi-informeel-knullig mogelijk te maken en niet heel statig. Bijvoorbeeld door sheets uit te delen of nog even te prutsen met de computer of de deur dicht doen ofzo. Of even kort te vragen wie iedereen is of wat de verwachtingen zijn (mogen zij praten ipv ik, muhaha). Dan heeft niemand echt door dat ik zenuwen aan het lozen ben en kan ik na een minuutje eindelijk echt beginnen. Herkenbaar voor iemand?

  • Een goede Presentatie maken?

    Begin je voorbereidingen NIET in PowerPoint.
    1. Inventariseer wat je wilt gaan zeggen in een MindMap.
    2. Kluster wat je wilt overbrengen in hoofdgroepen.
    3. Zoek bij hoofdthema's aansprekende plaatjes, met enkele samenvattende woorden.
    4. Vertel bij die (paar) plaatjes wat men beslist moet horen. VERTEL NIET ALLES.
    5. Zet er een goede intro voor.
    6. Geef tot slot een je boodschap samenvattend voorbeeld.

    7. Benut vragen voor meer diepgang

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Brave new world: Werken in het 2.0 tijdperk – deel 2

In deel 1 hebben we het gehad over die veranderende wereld waarin on- en offline steeds meer in elkaar overlopen. We hebben het gehad over de nieuwe manier van communiceren waar we allen aan moeten wennen en waar we allemaal mee om moeten leren gaan. In deel 2 gaan we het hebben over hoe bedrijven om kunnen gaan met de online identiteit van hun medewerkers. Een kwestie waar veel bedrijven mee worstelen.

C.R.A.V.E deel 1 – machtige taart

Ik kom ze op elk congres tegen: internetprofessionals die diep ongelukkig kijken. Niet met de inhoud van hun werk overigens. Dit zijn meestal mensen die gek zijn op alles des webs. Maar ze zijn vaak wel ongelukkig met de omstandigheden waaronder ze moeten werken.
back to top
×